Springen naar inhoud

Elektroaffiniteit Eea


  • Log in om te kunnen reageren

#1

JeffreyButer

    JeffreyButer


  • >25 berichten
  • 37 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 januari 2005 - 18:04

Hallo,

in mijn scheikunde boek staat dat als je van een Ne atoom Ne- wilt maken dat de electroaffiniteit (Eea) positief is maar dat deze waarde (in Kj/mol) niet vast gesteld kan worden.
Maar waarom is deze Eea niet gelijk aan de promovatie energie van een elektron van een 2p baan naar een 3s baan?

Jeffrey
Als echtparen echt paren hebben echtgenoten echt genoten.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2


  • Gast

Geplaatst op 30 januari 2005 - 17:40

elektronenafiniteit is de energie die vrijkomt (of nodig is) om een negatief geladen ion te bekomen. Het elektron gaat dus niet naar een hoger gelegen nivieau . Er wordt een elekron opgenomen.
elektronenaffiniteit is een begrip dat thuishoort bij een ionbinding
Het ontstaan van een ionbinding uit de enkelvoudige stoffen omvat verschillende stappen. We zullen dit hier illustreren voor de vorming van NaCl uit Na en Cl.

1) Uit de natriumatomen moeten er elektronen loskomen om éénmaal positief geladen ionen te vormen.
Na(g) → Na+(g) + 1 e-
Hierbij hoort het begrip ionisatie-energie
Als men een elektron aan een atoom wil onttrekken moet immers de aantrekkingskracht die de kern op dat elektron uitoefent overwonnen worden.
De energie die nodig is om uit een gasvormig neutraal atoom een elektron volledig los te maken wordt de eerste ionisatie-energie genoemd

2) Cl(g) + 1 e- → Cl- (g)
De chlooratomen nemen deze elektronen op tot vorming van eenmaal negatief geladen ionen.
Hierbij hoort het begrip elektronen affiniteit
Om aanleiding te geven tot een negatief ion moet een atoom een vreemd elektron in zijn structuur opnemen. Als een vreemd elektron zich in de invloedsfeer van een atoomkern bevindt, verwachten we dat het door aantrekking spontaan terechtkomt in de elektronenwolk, voor zover daar plaats is en de eigen elektronen niet te sterk afstotend werken.
Voor de meeste atomen stelt men inderdaad vast dat er geen energie nodig is om een elektron aan het atoom toe te voegen. Hierbij komt integendeel energie vrij.
Verklaring hiervoor is het volgende: we kunnen stellen dat een vreemd elektron zich t.o.v. het betrokken atoom bevindt op een energieniveau met een oneindig groot kwantumgetal. In het atoom opgenomen komt dat elektron terecht op een lager energieniveau. Hierbij moet de overtollige hoeveelheid energie vrijkomen.

Men noemt de eerste elektronenaffiniteit (EA1) de hoeveelheid energie die vrijkomt wanneer een elektron aan een gasvormig atoom wordt toegevoegd


De opname van een tweede elektron door een eenmaal negatief geladen ion verloopt veel moeilijker.
A- (g) + e- → A2- (g) + EA2
Het reeds opgenomen elektron verzwakt de aantrekkingskracht van de kern. De toegenomen afscherming in de laatste schil alsook de sterke onderlinge afstoting van de elektronen leiden tot een verruiming van het atoom (A- is groter dan A).
Men kan ook eenvoudig stellen dat de lading van het negatief ion het op te nemen elektron afstoot.
Men neemt waar dat het toevoegen van een elektron aan een negatief ion energie vergt.
Om de elektronen affiniteit te bepalen voor een tweemaal geladen ion, moet men beide EA (EA1 en EA2) bij elkaar optellen.
vb.
O(g) + e → O-(g) + 1,5 eV/at
O –(g) + e- → O2-(g) - 8,8 eV/at
---------------------------------------
O(g) + 2 e- → O2-(g) -7,3 eV/at
of O(g) + 2 e- + 7,3 eV/at → O2-(g)

(Ev/at is een andere manier om energie iut te drukken; meestal wordt Kj/mol gebruikt)

Wanneer het éénmaal negatief geladen ion een edelgasconfiguratie heeft (H-, F-, Cl-, I-, Br-) is de opgeslorpte energie bij het opnemen van een tweede elektron reeds ontzettend groot.
Dit is ook het geval voor de edelgassen zelf .Zelfs het opnemen van een eerste elektron vergt voor edelgassen zoveel energie dat dit niet gebeurt.

3 )Tenslotte geeft groepering van een groot aantal (n) positieve en negatieve ionen aanleiding tot de vaste kristallijne stof natriumchloride.
De energie die vrijkomt bij vorming van een mol kristallijne ionverbinding uit de samenstellende positieve en negatieve ionen noemt men de roosterenergie (RE).
n Na +(g) + n Cl- (g) → (Na+ Cl-)n





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures