Springen naar inhoud

Vullen van een buffertank


  • Log in om te kunnen reageren

#1

numbskull837

    numbskull837


  • >25 berichten
  • 32 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 april 2007 - 09:58

Hallo allemaal,
Ik zit met het volgende probleem:

Op 30 meter hoogte zit een tank met water. Op de begane grond staat een buffertank die is gekoppeld aan de tank op 30 meter hoogte en deze kan worden gevuld door een klep open te schakelen. Afhankelijk van de volumeflow zal de grootte van buffertank en de klepschakeling worden bepaald.
Hoe bepaal ik de volumeflow in de leiding?
Bij 30 m zal de statische druk iets minder dan 3 bar zijn, verder weet ik dat de leiding 1" is (2,54cm).
Wie kan me hierbij helpen? Heb iets gevonden over bernoulli maar kom hier zelf niet uit.

Bij voorbaat dank!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44877 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 april 2007 - 11:27

Je hebt een drukverschil en een leidingdiameter. Pak een leidingweerstandsnomogram en je bent eruit. In de handige links (knop bovenaan indexpagina), ik meen bij "praktische wetenschappen overig".
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

numbskull837

    numbskull837


  • >25 berichten
  • 32 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 april 2007 - 14:38

Ik heb even een tekeningetje gemaakt om het probleem duidelijker te maken. Met het nomogram kon ik weinig omdat de helling 100 m per 100 m is en het nomogram slechts tot 20 m per 100 m ging. Dus de vraag blijft nog steeds, hoe bepaal ik de volumeflow bij de buffertank?

Bijgevoegde miniaturen

  • voorbeeld.jpg

#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44877 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 april 2007 - 15:24

Ik heb even een tekeningetje gemaakt om het probleem duidelijker te maken. Met het nomogram kon ik weinig omdat de helling 100 m per 100 m is en het nomogram slechts tot 20 m per 100 m ging. Dus de vraag blijft nog steeds, hoe bepaal ik de volumeflow bij de buffertank?

Wat heeft die helling er mee te maken? Dat geeft toch alleen maar een groter of kleiner drukverschil?
EDIT>>>>>>>>>>>>>>>>
pardon. oplossing 2: de gradiŽntschaal is netjes logaritmisch. Kun je dus probleemloos verlengen.

Toen ik je plaatje vergrootte zag ik trouwens dat je een hydraulische gradiŽnt van 30 m/130 m leiding hebt. Dus die staat nog net op de schaal. Wel een correctie invoeren voor die knie, maar als je die niet te haaks maakt telt 'ie al haast niet meer mee.

Veranderd door Jan van de Velde, 20 april 2007 - 15:26

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

Sjakko

    Sjakko


  • >1k berichten
  • 1007 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 april 2007 - 15:28

Voor een pijp met constante diameter geldt:
LaTeX
LaTeX =drukverschil, LaTeX =hoogteverschil tussen begin en einde van het systeem, LaTeX =gemiddelde snelheid van de stroming, LaTeX =frictiefactor, LaTeX is de totale lengte van het buizensysteem, LaTeX =dichtheid water, LaTeX =diameter pijp en LaTeX is de som van alle extra wrijvingsfactoren in het leidingsysteem, zoals haakse bochten en plotselinge vernauwingen e.d.

Voor de frictiefactor LaTeX kun je de Moody-chart gebruiken. Dit is echter altijd een beetje gokken dus je kunt denk ik beter gebruik maken van het volgende verband voor gladde buizen:
LaTeX met LaTeX en LaTeX =viscositeit water

Vul alles in wat je kent en je houdt 2 vergelijkingen met twee onbekenden (f en V) over. Dit is wel op te lossen. Nu V vermenigvuldigen met de oppervlakte van de doorsnedeLaTeX van de leiding en je hebt het volumedebiet. Misschien kan iemand hier op het forum je wel helpen met die wrijvingsfactoren (tabelletje o.i.d.).

#6

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44877 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 april 2007 - 15:47

Voor een pijp met constante diameter geldt:
LaTeX


LaTeX =drukverschil, LaTeX =hoogteverschil tussen begin en einde van het systeem, LaTeX =gemiddelde snelheid van de stroming, LaTeX =frictiefactor, LaTeX is de totale lengte van het buizensysteem, LaTeX =dichtheid water, LaTeX =diameter pijp en LaTeX is de som van alle extra wrijvingsfactoren in het leidingsysteem, zoals haakse bochten en plotselinge vernauwingen e.d.

Voor de frictiefactor LaTeX kun je de Moody-chart gebruiken. Dit is echter altijd een beetje gokken dus je kunt denk ik beter gebruik maken van het volgende verband voor gladde buizen:
LaTeX met LaTeX en LaTeX =viscositeit water

Vul alles in wat je kent en je houdt 2 vergelijkingen met twee onbekenden (f en V) over. Dit is wel op te lossen. Nu V vermenigvuldigen met de oppervlakte van de doorsnedeLaTeX van de leiding en je hebt het volumedebiet. Misschien kan iemand hier op het forum je wel helpen met die wrijvingsfactoren (tabelletje o.i.d.).

En voor de wisknurften zoals ik zetten ze de resultaten van al dat gereken in een leidingnomogram.. :grin: ...
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures