Springen naar inhoud

Genetica



  • Log in om te kunnen reageren

#1

isabel88

    isabel88


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 juni 2007 - 16:03

Hey

Kan iemand mij toevallig vertellen hoe dit vraagstuk opgelost moet worden?

Bij konijnen is bruine pels dominant over grijze pels en de
aanleg om groot te worden domineert over die om klein te
blijven. Die factoren mendelen samen met een
koppelingsfrequentie van 68 %.
Welke nakomelingen mag men verwachten en met
hoeveel kans bij de kruising van
a een groot grijs mannetje,waarvan de moeder klein en
grijs was, met een klein bruin wijfje waarvan de moeder
klein en grijs was?
b een groot bruin mannetje,waarvan de moeder homozygoot
grijs en groot was, met een klein grijs wijfje?
c het wijfje van a met het mannetje van b?

alvast bedankt!


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Klintersaas

    Klintersaas


  • >5k berichten
  • 8614 berichten
  • VIP

Geplaatst op 20 juni 2007 - 18:17

De uitleg voor koppelingsfrequentie vind je hier.

Het komt erop neer dat de koppelingsfrequentie de frequentie is van het aantal "normale" nakomelingen (met normaal bedoel ik: met het verwachte fenotype) en diens tegenhanger, de recombinatiefrequentie de frequentie is van het aantal "abnormale" nakomelingen (met een anders dan verwacht fenotype).

De afkortingen die ik hieronder zal gebruiken betekenen het volgende:
  • bb = homozygoot grijs
  • Bb = heterozygoot bruin
  • BB = homozygoot bruin
  • gg = homozygoot klein
  • Gg = heterozygoot groot
  • GG = homozygoot groot
Oefening a:
Uit de beschrijvingen van de konijnen kunnen we opmaken dat het mannetje genotype bbGg heeft en het vrouwtje genotype Bbgg. Het volgende Punnett-diagram toont ons de verwachte genotypes van de nakomelingen:
bG			 bg			   

Bg			 BbGg		   Bbgg

bg			 bbGg		   bbgg
Zoals je ziet is er geen homozygote dominatie en de fenotypes zijn:
  • 25 % grote, bruine konijnen (BbGg)
  • 25 % kleine, bruine konijnen (Bbgg)
  • 25 % grote, grijze konijnen (bbGg)
  • 25 % kleine, grijze konijnen (bbgg)
Maar aangezien de koppelingsfrequentie 68 % bedraagt, komt elk van deze genotypes maar 17 % voor (68 % gedeeld door de 4 aanwezige genotypes).
In de andere 32 % van de gevallen doet zich een crossing-over voor. Dit betekent dat de drie ontbrekende genotypes (nl. BBgg en bbGG) ontstaan (elk 32 gedeeld door 2 = 16 %).

De ťchte aantallen van de fenotypes zijn dus de volgende:
  • 17 % grote, bruine konijnen (17 % BbGg)
  • 33 % kleine, bruine konijnen (17 % Bbgg + 16 % BBgg)
  • 33 % grote, grijze konijnen (17 % bbGg + 16 % bbGG)
  • 17 % kleine, grijze konijnen (17 % bbgg)
Ik hoop dat mijn uitleg te volgen was en dat je b en c nu zelf kan oplossen.

Geloof niet alles wat je leest.

Heb jij verstand van PHP? Word Technicus en help mee om Wetenschapsforum nog beter te maken!


#3

Ibn Abdellah

    Ibn Abdellah


  • >25 berichten
  • 32 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 03 juni 2015 - 16:52

Beste,

 Ik weet dat dit al oud is maar had even een vraagje,

 Er zijn toch 9 mogelijke genotypes:

 BbGG, BbGg,Bbgg,BBGG,BBGg,BBgg,bbGG,bbGg,bbgg

 

 Hoe kom je dan aan dit:

 Dit betekent dat de drie ontbrekende genotypes (nl. BBgg en bbGG) ontstaan (elk 32 gedeeld door 2 = 16 %).

 

 

?

Veranderd door Jan van de Velde, 03 juni 2015 - 17:43
integrale quote verwijderd


#4

physicalattraction

    physicalattraction


  • >1k berichten
  • 3104 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 05 juni 2015 - 08:20

Opmerking moderator :

Iemand die hier een handje toe kan steken?







Also tagged with one or more of these keywords: biologie

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures