Springen naar inhoud

Wiskunde 5vwo b1, b1-2


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44881 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 22 augustus 2007 - 15:08

Kan iemand mij het verschil aanduiden, in onderwerpen of in niveaus per onderwerp, wat het verschil is tussen wiskunde b1 en b12 op een vwo-5-niveau in Nederland?
Mijn zoon wil van b12 naar b1 omdat hij bang is het niet te redden (mathematicofobie is een familiekwaaltje ben ik bang) en ik vraag me af of 'ie het zouden redden met een beetje hulp van mij en van de wiskundig beter onderlegden op het forum hier. Maar ons is nog niet duidelijk waar nu precies het verschil zit....
Uiteraard ga ik hierover ook nog met zijn docent in conclaaf, maar ik hoor het ook graag eens van ervaringsdeskundigen.

Veranderd door Jan van de Velde, 22 augustus 2007 - 15:08

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24052 berichten
  • VIP

Geplaatst op 22 augustus 2007 - 15:19

Ik ken de inhoudsverschillen niet (ben namelijk maar een Belg :D misschien online te vinden?) maar als hij er toch voor gaat kan hij naast de hulp van z'n vader, natuurlijk ook op die van het forum rekenen :D
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)

#3

Morzon

    Morzon


  • >1k berichten
  • 2002 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 22 augustus 2007 - 15:32

Wiskunde B1,2 bestaat volgens mij niet eens meer.
I was born not knowing and have only a little time to change that here and there.

#4

Phys

    Phys


  • >5k berichten
  • 7556 berichten
  • VIP

Geplaatst op 22 augustus 2007 - 15:34

Wiskunde B2 bestaat uit de domeinen "Voortgezette Meetkunde" en "Voortgezette Analyse"

Domein Gb: Voortgezette meetkunde

Subdomein: Bewijzen in de vlakke meetkunde

De kandidaat kan
128 het verschil aangeven tussen een definitie en een stelling.
129 het verschil aangeven tussen een vermoeden en een stelling.
130 in relevante gevallen het verschil tussen een stelling en haar omkering herkennen en beoordelen welke van de twee bij een bepaald bewijs een rol kan spelen.
131 de structuur van een gegeven bewijs doorgronden.
132 verschillende technieken hanteren bij het geven van een bewijs of het weerleggen van een vermoeden, zoals:
- het redeneren vanuit het ongerijmde,
- het gebruik maken van meetkundige plaatsen,
- het onderzoeken en onderscheiden van verschillende gevallen,
- het geven van een tegenvoorbeeld.
133 meetkundige situaties exploreren, met name aan de hand van constructies met een geschikt computerprogramma, en een vermoeden in de vorm van een (te bewijzen) stelling formuleren.
134 bewijzen geven waarbij gebruik gemaakt wordt van eigenschappen van rechte lijnen, cirkels, driehoeken en vierhoeken en waarbij afstanden, hoeken en onderlinge ligging een rol spelen.
135 binnen een concrete probleemsituatie methoden uit de vlakke meetkunde gebruiken.

Subdomein: Afstanden en grenzen

De kandidaat kan
136 aangeven wat de afstand van een punt tot een gebied is en daarbij gebruik maken van cirkels rond het gegeven punt en/of de begrippen normaal en voetpunt.
137 de driehoeksongelijkheid en de stelling van Pythagoras gebruiken om beweringen over afstanden te bewijzen.
138 een gebiedsindeling bij een gegeven verzameling punten tekenen op grond van het naaste buurprincipe en zo'n indeling gebruiken in diverse contexten.
139 iso-afstandslijnen op varirende afstanden onderzoeken bij een gegeven gebied waarvan de rand uit lijnstukken en/of cirkelbogen bestaat en daarbij de rol van inhammen en hoekpunten bij varirende afstand beschrijven.

Subdomein: Beginselen van de analytische meetkunde

De kandidaat kan
140 de cordinaten van een deelpunt van een lijnstuk berekenen, als de cordinaten van de eindpunten van het lijnstuk en de deelverhouding gegeven zijn.
141 analytische voorstellingen geven van een rechte lijn en van een cirkel met gegeven middelpunt en straal.
142 vaststellen of twee lijnen elkaar loodrecht snijden.
143 een vergelijking opstellen van de loodlijn door een gegeven punt op een gegeven lijn.
144 een vergelijking opstellen van de raaklijn aan een cirkel in een gegeven punt van die cirkel.

Subdomein: Meetkundige plaatsen en kegelsneden

De kandidaat kan
145 middelloodlijnen, bissectrices, cirkels, parabolen, ellipsen en hyperbolen als meetkundige plaatsen herkennen en gebruiken.
146 in eenvoudige gevallen de meetkundige plaats van punten vinden die gelijke afstand tot twee gegeven gebieden hebben.
147 in concrete situaties de rol van brandpunten en richtlijn herkennen en gebruiken.
148 in een gegeven punt van een cirkel, parabool, ellips of hyperbool de raaklijn construeren.
149 in concrete situaties de raaklijneigenschap van een parabool, ellips of hyperbool gebruiken, met name in verband met spiegels.
150 in eenvoudige gevallen de verplaatsing van een golffront beschrijven die door een parabolische, elliptische of hyperbolische spiegel gereflecteerd wordt.
151 een geschikt rechthoekig assenstelsel in het vlak kiezen en een vergelijking opstellen van een meetkundige plaats die gedefinieerd is via gelijke afstanden tot twee punten, een punt en een lijn, een punt en een cirkel, een cirkel en een lijn respectievelijk twee disjuncte cirkels.
152 een vergelijking van een parabool herkennen en gebruiken, en de cordinaten van top en brandpunt berekenen in het geval de symmetrie-as samenvalt of evenwijdig is met de x-as of de y-as.
153 een vergelijking van een ellips of hyperbool herkennen en gebruiken, in het geval de symmetrie-assen samenvallen of evenwijdig zijn met de x-as en de y-as.

en

Domein Hb: Voortgezettte analyse

Subdomein: Rijen

De kandidaat kan
154 een voorstelling van een rij door een 'directe' formule en door een recurrente betrekking herkennen en gebruiken.
155 bij een rij gedefinieerd door een formule van de vorm xn+1= f (xn) een grafische voorstelling (web) maken.
156 bij een door een formule gegeven rij een formule voor de rij van differenties opstellen.
157 in geschikte gevallen de partile sommen van een rij uitdrukken in n.
158 bij een rij de begrippen monotoon stijgend, monotoon dalend, alternerend en begrensd gebruiken.
159 enkele (historisch) belangrijke rijen herkennen zoals de rij van Fibonacci, de harmonische rij en de reken-meetkundige rij.

Subdomein: Convergentie van rijen

De kandidaat kan
160 het begrip convergentie van een rij hanteren en de notatie lim un = c herkennen en gebruiken. n›`
161 de implicatie 'als lim |un| = ` , dan lim 1/un = 0 ' gebruiken.
n›` n›`
162 enkele standaardlimieten, zoals limnˆša = 1 ( a > 0), lim (1 + x/n)n = ex en lim nk/an = 0
n›` n›` n›`
(a > 1) herkennen en gebruiken.
163 limieten van rijen berekenen met behulp van som-, verschil-, produkt- en quotintregel.
164 de implicatie 'als f continu in a is en lim xn = a , dan lim f(xn) = f(a)' gebruiken bij het
n›` n›`
berekenen van limieten in het geval dat f samengesteld is uit standaardfuncties.
165 de insluitstelling gebruiken bij het berekenen van limieten.
166 het verband leggen tussen de limiet van een rij gegeven door een formule van de vorm
xn+1 = f(xn) en een oplossing van de vergelijking x = f(x).

Subdomein: Sommeerbare rijen

De kandidaat kan
167 het begrip sommeerbaarheid van een rij hanteren en de notatie
`
ˆ" uk herkennen en gebruiken.
k=0
168 bepalen of een meetkundige rij sommeerbaar is of niet en bij een sommeerbare meetkundige rij de limietsom berekenen.
169 het verband leggen tussen de sommeerbaarheid van een rij en het bestaan van een
oneigenlijke integraal.

Subdomein: Irrationale getallen

De kandidaat kan
170 de irrationaliteit van een getal als ˆš2 bewijzen.
171 aan de hand van een algoritme een getal als ˆš2 benaderen met rationale getallen.
172 onderscheid maken tussen rationale getallen en irrationale getallen en het verband leggen tussen deze getallen en oneindige repeterende en niet-repeterende decimale breuken.

Subdomein: Limieten en functies

De kandidaat kan
173 het begrip differentieerbaarheid in verband brengen met een limietproces.
174 enkele standaardlimieten, zoals lim (rp - 1)/(r - 1) = p , lim (ax - 1)/x = ln a , lim (sinx)/x = 1
r›1 x›0 x›0
herkennen en gebruiken.
175 horizontale of verticale asymptoten van de grafiek van een functie in verband brengen met limieten.

uit klik
Dus je krijgt veel te maken met stellingen, bewijzen wat betreft meetkunde (stelling van Thales, driehoeksongelijkheid, ellipsen, hyperbolen, etc. etc.), wat veel abtracter is dan leerlingen gewend zijn. Zie ook de formulekaart vanaf "Vlakke meetkunde; lijst van definities en stellingen".

Ik vond WB2 niet een erg leuk vak, maar heb er wel veel van geleerd. Met name de mate van abstractie en de meer formele kant van wiskunde is goed om gezien te hebben, en mee gewerkt te hebben. Het is zeker zo, dat je er wat inzicht en aanleg voor nodig hebt, meer dan voor WB1. Je kunt minder de standaard procedures volgen, en meer op je intuitie af gaan.

Verder is WB1,2 = WB1 + WB2
Dus als je WB1,2 neemt, krijg je alles wat bij WB1 behandeld wordt PLUS hetgeen ik net beschreef. Tenminste, zo was in de tijd dat ik examen deed. Ik hoorde dat er tegenwoordig iets is veranderd, een wiskunde D is toegevoegd enz. maar daar kan ik je niets over vertellen.

Veranderd door Phys, 22 augustus 2007 - 15:35

Never express yourself more clearly than you think.
- Niels Bohr -

#5

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44881 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 22 augustus 2007 - 18:10

Verder is WB1,2 = WB1 + WB2
Dus als je WB1,2 neemt, krijg je alles wat bij WB1 behandeld wordt PLUS hetgeen ik net beschreef. Tenminste, zo was in de tijd dat ik examen deed. Ik hoorde dat er tegenwoordig iets is veranderd, een wiskunde D is toegevoegd enz. maar daar kan ik je niets over vertellen.

Hij is de laatste van de oude stroom, dus voor hem geldt dat nog niet.

Ik heb je lijst eens even doorlopen, vooral dat voortgezette analysedeel zal een kluif worden, voor mij althans. Maar dat zal dan voor mij ook al weer heel leerzaam worden, al zitten er maar 24 uur in een dag :D .

Wie verder nog op- of aanmerkingen of toevoegingen heeft, graag... :D
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#6

Phys

    Phys


  • >5k berichten
  • 7556 berichten
  • VIP

Geplaatst op 22 augustus 2007 - 22:08

Persoonlijk had ik veel meer moeite met meetkunde dan analyse, maar dat zegt niets, vanzelfsprekend. Vooral het zelf op correcte manier bewijzen van stellingen, hetgeen zeer veelvuldig voorkomt, was lastig. Het probleem (met eigenlijk alles op het VWO) is dat je de stof slechts oppervlakkig krijgt, en in vereenvoudige vorm, waardoor je niet weet waar je precies mee bezig bent. Vooral bij het concept limieten had ik dat probleem; dat snap ik nu stukken beter. [nu zijn limieten, en in het bijzonder ondereindigheden, sowieso lastige materie voor een VWO-er]

Het zou misschien handig zijn om te weten in hoeverre je zoon aanlegt heeft voor wiskunde/abstract denken. Als die vrij weinig aanwezig is, is B2 niet zo aan te raden. (alhoewel velen uit mijn klas weinig aanleg hadden en het toch haalden; we moeten het ook weer niet overdrijven natuurlijk).
Never express yourself more clearly than you think.
- Niels Bohr -

#7

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44881 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 22 augustus 2007 - 22:51

Nou, waar ik persoonlijk mee zit is dat hij rondloopt met het idee TU-elektrotechniek te gaan doen. Dat wordt dan sowieso bijspijkeren tegen die tijd op dit gebied denk ik, en het lijkt me dat je het dan beter maar eens gezien kunt hebben. Het risico van een onvoldoende op een eindlijst is te overzien, en overigens heb ik niet de indruk dat hij met wat extra werk overbelast wordt... :D

Daarbij, als het echt niet haalbaar zou blijken te zijn, is TU-elektrotechniek dan wel een haalbare kaart? (maar dat is een heel ander type vraag, die hier eigenlijk niet thuishoort)
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#8

Phys

    Phys


  • >5k berichten
  • 7556 berichten
  • VIP

Geplaatst op 23 augustus 2007 - 00:55

Als TU-elektrotechniek op de planning staat, is B2 sowieso aan te raden inderdaad! Is dat niet zelfs verplicht voor toelating?
Nu is 1 deelvak misschien niet direct te relateren aan een gehele universitaire studie, maar ik denk wel dat als B2 er niet in zit, de kans zeker aanwezig is dat die studie er ook niet inzit.
Om kort te zijn: ik zou het zeker kiezen.

Terzijde: hij heeft profiel N&G?
Never express yourself more clearly than you think.
- Niels Bohr -

#9

thermo1945

    thermo1945


  • >1k berichten
  • 3112 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 23 augustus 2007 - 06:17

Mijn zoon wil van b12 naar b1

De psychologische kant.
Het is voor niemand goed voortdurend 'op de tenen te moeten lopen'. Daar knapt een mens van af.
Wellicht heeft je zoon dat punt bereikt.
Er is een essentieel verschil tussen willen, moeten en kunnen.
Neem dat mee in de overwegingen.

#10

Morzon

    Morzon


  • >1k berichten
  • 2002 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 augustus 2007 - 17:05

Nou, waar ik persoonlijk mee zit is dat hij rondloopt met het idee TU-elektrotechniek te gaan doen. Dat wordt dan sowieso bijspijkeren tegen die tijd op dit gebied denk ik, en het lijkt me dat je het dan beter maar eens gezien kunt hebben. Het risico van een onvoldoende op een eindlijst is te overzien, en overigens heb ik niet de indruk dat hij met wat extra werk overbelast wordt... :D

Daarbij, als het echt niet haalbaar zou blijken te zijn, is TU-elektrotechniek dan wel een haalbare kaart? (maar dat is een heel ander type vraag, die hier eigenlijk niet thuishoort)

Eigenlijk begin je al met een soort achterstand(vergeleken met vroeger) aan de TU kwa wiskunde, maar daarbij komt ook nog eens bij dat Elektrotechniek,L&R, TN en TW heel wiskundig zijn. Wiskunde speelt een groot rol bij deze opleidingen.
Ik zou zoveel mogelijk op de middelbare doen, want op de TU gaat alles veel sneller en als je dan al een beetje voorkennis hebt is dat natuurlijk mooi meegenomen.
I was born not knowing and have only a little time to change that here and there.

#11


  • Gast

Geplaatst op 16 september 2007 - 15:54

Kan iemand mij het verschil aanduiden, in onderwerpen of in niveaus per onderwerp, wat het verschil is tussen wiskunde b1 en b12 op een vwo-5-niveau in Nederland?
Mijn zoon wil van b12 naar b1 omdat hij bang is het niet te redden (mathematicofobie is een familiekwaaltje ben ik bang) en ik vraag me af of 'ie het zouden redden met een beetje hulp van mij en van de wiskundig beter onderlegden op het forum hier. Maar ons is nog niet duidelijk waar nu precies het verschil zit....
Uiteraard ga ik hierover ook nog met zijn docent in conclaaf, maar ik hoor het ook graag eens van ervaringsdeskundigen.


Makkelijk gezegd is het verschil tussen wiskunde B1 en wiskunde B12 dat je bij wiskunde B1 alleen moet kunnen toepassen en bij wiskunde B12 ook moet kunnen verklaren waarom iets op een bepaalde manier moet. Dan ga je dus de regels die je hebt en moet gebruiken bewijzen. Dit is alleen maar beter en zorgt ervoor dat je meer inzicht krijgt in WAAROM je iets doet. Bij B1 moet je deze regels alleen kunnen toepassen (en dan hoef je niet te snappen wrom iets op de manier moet waarop je het doet). Ik hoop het nu een beetje helder is. Mijn advies zou zijn om gewoon met wiskunde B12 door te gaan, uiteindelijk snap je alles dan veel beter en dan is het makkelijker te onthouden. (want: leren is begrijpen, als je iets niet begrijpt dan leer je het ook niet) Veel succes! :D





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures