Springen naar inhoud

Vragen over voortoets statistiek


  • Log in om te kunnen reageren

#1

amsterdamgirl

    amsterdamgirl


  • 0 - 25 berichten
  • 5 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 augustus 2007 - 12:04

Ik heb donderdag een voortoets statistiek, ik heb dus nu de voorbeeldtoets gemaakt, maar ik maak een paar fouten en sommige opdrachten begrijp ik helemaal niet, omdat ik nooit wiskunde A heb gehad. Kan iemand mij AUB helpen met de volgende opdrachten?? :D

http://www.psy.vu.nl.....eeld 2005.pdf

vraag 7 ik had antw. C, maar het moet antwoord E zijn. Ik vraag me af waarom alleen C is toch goed?? Misschien komt het ook doordat ik niet weet wat de betekenis is van die 2 strepen aan de uiteinden van de formule. dus hoezo is het E?

vraag 13 deze vraag begrijp ik helemaal niet??? Ik heb dit lang geleden gehad, maar ik weet niet meer hoe ik doet moet aanpakken? het antwoord is C

vraag 14a Ik weet niet hoe ik a moet berekenen als ik b niet heb???? Ik heb echt geen idee hoe het moet. Het antwoord is D.

vraag 15 a en b weer dezelfde soort formules als 13, ik heb geen idee hoe ik dit moet doen. De antwoorden zijn C en F

vraag 16 a Ik heb geprobeerd het te oplossen, maar ik kwam niet uit op hetzelfe antwoord. Ik had het zo gedaan: x^2-21/x=4 en de oplossingen daarvan zoeken, maar het klopte dus niet. Het antw is F.

vraag 17 Ik had antwoord F, maar het moet E zijn? hoezo E? je kan toch aan de formule zien dat x=6 en y=5, hoezo y=3, hoe komen ze daarop??

vraag 20a en b WTF is dit?? Dit heb ik nooit gehad, waarschijnlijk wiskunde A?? Ik begrijp die hele tabel niet eens bij a. KAN IEMAND MIJ DIT GOED UITLEGGEN? de antwoorden zijn E en B

en dan nu m'n laatste vraag ik d8 dat ik die cker goed had!!

vraag 24 Ik kwam uit op antwoord C. Ik had dit gedaan op m'n rekenmachine: Invnorm(0.85,105,15)
Hoezo is dit fout?? Hoezo is het antwoord D??

Ik weet dat het veel vragen zijn, maar ik wil echt weten hoe het moet. Grotendeels van de toets had ik goed, maar ik ben bang dat ik misschien toch meer van dit soort dingen krijg, dus please hulp gevraagd...

ik d8 dat ik eindelijk van wiskunde af was.... :D

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Rov

    Rov


  • >1k berichten
  • 2242 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 augustus 2007 - 12:26

7)

Die strepen willen zeggen "absolute waarden". Dat zou je toch zeker moeten hebben gezien als je je middelbaar afhebt.
|-7| = 7
|7| = 7

Vul gewoon het antwoord in in de vergelijking en zie dat E het juiste antwoord is.

13) Twee rechten zijn evenwijdig als ze dezelfde richtingscoefficient hebben. Een vergelijking van de vorm y = ax + b heeft als rico a.
Zet ze allemaal om naar die vorm en zie dat vergelijkingen a en c dezelfde rico hebben. A en c zijn dus evenwijdig.

14a) Weeral heeft een rechte de vorm y = ax+b
Vul de punten in die je kent:
3 = a(-3) + b
7 = a3 + b
Stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden, daaruit kan je a en b halen.

15e en b) Waarom twee keer dezelfde vraag?
Zet de vergelijkingen weer in de vorm y = ax + b
y = -3x/4 + 5/4 en y = 6x/5 + 16/5
Stel ze aan elkaar gelijk en je hebt de x coordinaat van het snijpunt. Door dat in te vullen in een van de twee bovenstaande vergelijkingen (maakt niet uit welke, het is immers een gemeenschappelijk punt) vindt je de y coordinaat.

16a) x≤ - 4x - 21 = 0
Ken je de abc-formule (die met discriminant enzo)?

17) Weet je wel wat asymptoten zijn?

20a en b) het is nutteloos als wij je dit proberen uit te leggen terwijl je de leerstof nooit gehad hebt. Neem eerst eens een elementair statistiek/kansreken boek in handen op middelbaar niveau en je zou zonder problemen dit moeten kunnen oplossen.

24) Die vraag is hier nog al aan bod gekomen en het gegeven antwoord is fout. Het juiste antwoord is C.

ik d8 dat ik eindelijk van wiskunde af was....

De meeste voorbijgangers houden niet zo van die afkortingen als "d8", ik zou het dus ook vermijden, dat komt je topic alleen ten goede.
Als je psychologie gaat studeren (daar is dit toch een voortoets van denk ik) dan ga je nog veel meer wiskunde krijgen. Psychologie heeft normaal een hele brok statistiek in het studieprogramma zitten.

#3

Morzon

    Morzon


  • >1k berichten
  • 2002 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 augustus 2007 - 13:56

7. Even opfrissen

13. Zie Rov's post

Bij 14a weet je dat je te maken hebt met een eerstegraadvergelijking. Dus zal de helling constant zijn, dus die kan je berekenen door de gemiddelde verandering te berekenen. {tex]\frac{\Delta y}{\Delta x}[/tex] Je hoeft dus geen vergelijking op te lossen.
15.Zie voorbeeld
16. Ontbinden in factoren of ABC formule.

17.Kun je je uitwerking posten?

20a. Je begrijpt de tabel toch wel? Er zijn bijvoorbeeld 0 gezinnen met 0 meisjes en 0 jongens. En 14 gezinnen met 1 jongen en 0 meisje. Of er zijn 30 gezinnen met alleen jongens enz. Je kan dus aflezen dat er 21 gezinnen zijn met 2 jongens en 20 gezinnen met 2 meisjes= 20/100+21/100=41/100. Maar nu hebben we de gezinnen met 2 jongens en 2 meisjes dubbel. Dus even kijken in de tabel en je ziet dat er 3 gezinnen zijn met 2 jongens en 2 meisjes. Dus 41/100-3/100=38/100=E

20b. Misschien lukt deze nu?

Veranderd door Morzon, 28 augustus 2007 - 14:01

I was born not knowing and have only a little time to change that here and there.

#4

aadkr

    aadkr


  • >5k berichten
  • 5441 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 29 augustus 2007 - 15:34

Som:17
LaTeX
Als je dan nog de teller en noemer door x deeld, krijg je:
LaTeX
nu nog x late
naderen naar + oneindig , en naar - oneindig. Waar nadert dan y naar?

#5

amsterdamgirl

    amsterdamgirl


  • 0 - 25 berichten
  • 5 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 29 augustus 2007 - 19:45

7)

Die strepen willen zeggen "absolute waarden". Dat zou je toch zeker moeten hebben gezien als je je middelbaar afhebt.
|-7| = 7
|7| = 7

Vul gewoon het antwoord in in de vergelijking en zie dat E het juiste antwoord is.

13) Twee rechten zijn evenwijdig als ze dezelfde richtingscoefficient hebben. Een vergelijking van de vorm y = ax + b heeft als rico a.
Zet ze allemaal om naar die vorm en zie dat vergelijkingen a en c dezelfde rico hebben. A en c zijn dus evenwijdig.

14a) Weeral heeft een rechte de vorm y = ax+b
Vul de punten in die je kent:
3 = a(-3) + b
7 = a3 + b
Stelsel van twee vergelijkingen en twee onbekenden, daaruit kan je a en b halen.

15e en b) Waarom twee keer dezelfde vraag?
Zet de vergelijkingen weer in de vorm y = ax + b
y = -3x/4 + 5/4 en y = 6x/5 + 16/5
Stel ze aan elkaar gelijk en je hebt de x coordinaat van het snijpunt. Door dat in te vullen in een van de twee bovenstaande vergelijkingen (maakt niet uit welke, het is immers een gemeenschappelijk punt) vindt je de y coordinaat.

16a) x≤ - 4x - 21 = 0
Ken je de abc-formule (die met discriminant enzo)?

17) Weet je wel wat asymptoten zijn?

20a en b) het is nutteloos als wij je dit proberen uit te leggen terwijl je de leerstof nooit gehad hebt. Neem eerst eens een elementair statistiek/kansreken boek in handen op middelbaar niveau en je zou zonder problemen dit moeten kunnen oplossen.

24) Die vraag is hier nog al aan bod gekomen en het gegeven antwoord is fout. Het juiste antwoord is C.
De meeste voorbijgangers houden niet zo van die afkortingen als "d8", ik zou het dus ook vermijden, dat komt je topic alleen ten goede.
Als je psychologie gaat studeren (daar is dit toch een voortoets van denk ik) dan ga je nog veel meer wiskunde krijgen. Psychologie heeft normaal een hele brok statistiek in het studieprogramma zitten.



He bedankt, de meeste opgaven lukten nu wel. Die absolute waarden had ik nooit op de middelbare school gehad, echt weird, ik herinner me wel dat ik het een keer tegen kwam en dat de leraar het heel kort had uitgelegd, maar er is verder nooit aandacht(zonder 8) 8-) aan besteed, het komt ook niet in het examen voor.
Oja ik wist wel dat ik 24 goed had, normale verdeling zit er na 2 jr havo en 2jr vwo nu wel voor altijd in.

7. Even Bericht bekijken

Som:17
LaTeX
Als je dan nog de teller en noemer door x deeld, krijg je:
LaTeX
nu nog x late
naderen naar + oneindig , en naar - oneindig. Waar nadert dan y naar?



bedankt voor de uitleg, maar ik vind het alsnog een beetje te ingewikkeld en te veel gedoe, dus ik lees het wel van m'n GR af. pi.gif

#6

Rov

    Rov


  • >1k berichten
  • 2242 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 30 augustus 2007 - 15:27

Dat doe je best niet omdat je daar niet exact op kan aflezen. Het rekenmachine is een controlemiddel, geen oplossingsmethode, zťker niet bij asymptoten.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures