Springen naar inhoud

[Scheikunde] Kristal water dmv titratie


  • Log in om te kunnen reageren

#1


  • Gast

Geplaatst op 27 februari 2005 - 13:19

Goedendag,
Ik moet met scheikunde een proef doen waarmee ik het kristalwater in een zuur-base reactie moet berekenen.
De proef gaat als volgt:

Ik heb 2,0 gram Soda (Na2CO3) opgelost in 30,00 ml 1M Zoutzuur-opl.
Nadat de CO2 uit de oplossing weg is, schenk ik het in een maatkolf en vul deze tot 100ml met gedestileerd water.

Nu ga ik 10 ml van deze oplossing titreren met 0.1 M Natronloog
Daarbij had ik 12,0 ml NaOH nodig om bij de kleurgrens van Fenofaleien te zitten.

RV: Na2CO3 + 2 H+ -> x H20 + CO2 + 2 Na+

Hoe kan ik hier de x van de reactie oplossen?

Alvast bedankt :shock:

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

wigsbol

    wigsbol


  • >250 berichten
  • 284 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 februari 2005 - 15:43

Zoals je de reactievergelijing opschrijft, kan x alleen maar 1 zijn.

Dit is echter niet het probleem :
de 2 g soda bevat een onbekende hoeveelheid kristalwater en dus ook een onbekende hoeveelheid Na2CO3. Deze laat je met een overmaat HCl reageren. Er blijft een hoeveelheid HCl over, die je titreert met NaOH. Hieruit kan je dus berekenen hoeveel HCl is overgebleven. Zo kan je berekenen hoeveel Na2CO3 in de 2 g soda zat. De rest is kristalwater.

#3

wigsbol

    wigsbol


  • >250 berichten
  • 284 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 27 februari 2005 - 16:35

http://www.chemdat.d...1&s=soda&lang=4

Soda bevat dus 10 moleculen kristalwater per formule-eenheid.

Volgens de berekening hierboven zou je bij de titratie dan 16 ml NaOH oplossing nodig moeten gehad hebben.
Met de 12 ml komt het op 6,5 moleculen kristalwater uit. Wellicht ligt dat aan het feit dat de soda reeds behoorlijk verweerd was vooraleer hem te gebruiken. Je kan natuurlijk ook onderweg ergens HCl zijn kwijtgespeeld op een of andere manier.

#4


  • Gast

Geplaatst op 07 maart 2005 - 19:48

bedankt voor je antwoord, maar zou je aub je berekening erbij kunnen zetten zodat ik weet wat je gedaan hebt. :shock:
Alvast bedankt!

#5

wigsbol

    wigsbol


  • >250 berichten
  • 284 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 08 maart 2005 - 15:39

a. We bepalen eerst hoeveel mol HCl met het NaOH is omgezet door te berekenen hoeveel mol NaOH in de reactie verbruikt is.
n=C.V=0,100 mol/l x 0,0160 l = 0,00160 mol
De reactievergelijking leert dat er evenveel mol HCl is geneutraliseerd.
HCl = NaOH -> NaCl + H2O

b. Vermits we 10 ml uit 100 ml oplossing of 1/10 hebben laten reageren, was er oorspronkelijk 10 x meer HCl in het reactiemengsel met de soda achtergebleven. Dit betekent dat 0,00160 mol x 10 = 0,0160 mol HCl in het reactiemengsel was achtergebleven.

c. We berekenen nu hoeveel mol HCl dan heeft gereageerd met de soda. Daarom moeten we eerst het oorspronkelijke aantal mol HCl berekenen.
n=C.V=1,00 mol/l x 0,0300 l = 0,0300 mol
Er is dus 0,0300 mol Ė 0,0160 mol = 0,0140 mol door de reactie met de soda weg gereageerd.

d. Na2CO3 + 2HCl ->H2O + CO2 + 2NaCl
Vermits de reactievergelijking leert dat 2 mol HCl reageert met 1 mol natriumcarbonaat, kunnen we besluiten, dat in de reactie er dus half zo-veel mol natriumcarbonaat met het HCl heeft gereageerd. In de oor-spronkelijke 2,00 g soda was dus 0,0140mol : 2 = 0,0070 mol Na2CO3 aanwezig.

e. We berekenen nu hoeveel g dit aantal mol vertegenwoordigt :
m=n.M ; M van Na2CO3 = 106 g/mol ; m=0,0070 mol x 106 g/mol = 0,742 g Na2CO3 aanwezig in 2,00g soda.

f. Tenslotte kunnen we nu berekenen hoeveel mol kristalwater in de soda aanwezig was. Er was 2,00 g Ė 0,742 g = 1,258 g water in de soda aanwezig. M van H2O = 18 g/mol. n=m/M = 1,258 g : 18 g/mol = 0,0700 mol.

g. We zien dus dat er 10 x zoveel mol H2O in de soda aanwezig is als Na2CO3. De correcte verhoudingsformule van de gebruikte soda is dus Na2CO3ē10H2O.


Dit is de berekening voor 16 ml toegevoegd NaOH. Met 12 ml blijft er dus meer HCl over en is er dus meer Na2CO3 in de gebruikte soda dan we op basis van de litteratuur kunnen verwachten. Mogelijke oorzaken heb ik al aangegeven.

#6

spyhunter

    spyhunter


  • >25 berichten
  • 55 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2006 - 06:10

:roll: hoi ik heb ook een soort gelijke proef maar snap het bovenstaand niet egt zou je t misschien uit kunnen leggen?

ik heb 0.9899 gr. Na2CO3.xH2O daar komt bij 100 ml water
vervolgens komt er bij 50ml 0.198M Hcl bij
Dit word 5 minuten gekookt en 2druppels fenolftaleien-indicator word teogevoegd
vervolgens word het getitreerd met 0.2M NaOh
de waarden die ik dan daaruit krijg zijn:
start: 0.1 einde 19.3
nu moet ik x berekenen, hoe doe ik dit?



het moet waarschijnlijk op de manier hierboven maar k loop vast? btw weet niet of ik dit zo wel mag vragen....sorry als het niet mag heb al pb gedaan.

#7

wigsbol

    wigsbol


  • >250 berichten
  • 284 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 08 juni 2006 - 19:53

Ik ga ervan uit dat je gegevens over NaOH in ml staan : je hebt dus 19,3 ml - 0,1 ml=19,2 ml verbruikt. De redenering wordt dan :

a. We bepalen eerst hoeveel mol HCl met het NaOH is omgezet door te berekenen hoeveel mol NaOH in de reactie verbruikt is.
n=C.V=0,2 mol/l x 0,0192 l = 0,00384 mol
De reactievergelijking leert dat er evenveel mol HCl is geneutraliseerd.
HCl = NaOH -> NaCl + H2O

b. komt te vervallen, vermits jullie niet verdund hebben.

c. We berekenen nu hoeveel mol HCl dan heeft gereageerd met de soda. Daarom moeten we eerst het oorspronkelijke aantal mol HCl berekenen.
n=C.V=0,198 mol/l (HCl) x 0,050 l = 0,0099 mol HCl oorspronkelijk
Er is dus 0,0099 mol Ė 0,00384 mol = 0,00606 mol door de reactie met de soda weg gereageerd.

d. Na2CO3 + 2HCl ->H2O + CO2 + 2NaCl
Vermits de reactievergelijking leert dat 2 mol HCl reageert met 1 mol natriumcarbonaat, kunnen we besluiten, dat in de reactie er dus half zoveel mol natriumcarbonaat met het HCl heeft gereageerd. In de oorspronkelijke 0,9899 g soda was dus 0,00606 mol : 2 = 0,00303 mol Na2CO3 aanwezig.

e. We berekenen nu hoeveel g dit aantal mol vertegenwoordigt :
m=n.M ; M van Na2CO3 = 106 g/mol ; m=0,00303 mol x 106 g/mol = 0,32118 g Na2CO3 aanwezig in 0,9899 g soda.

f. Tenslotte kunnen we nu berekenen hoeveel mol kristalwater in de soda aanwezig was. Er was 0,9899 g Ė 0,32118 g = 0,66872 g water in de soda aanwezig. M van H2O = 18 g/mol. n=m/M = 0,66872 g : 18 g/mol = 0,03715 mol.

g. We bepalen nu in welke verhoudingl H2O in de soda aanwezig is :
mol H2O/mol Na2CO3 = 0,03715 mol/ 0,00303 mol = 12,26 = x.

Deze verhouding ligt beduidend hoger dan de verwachte 10. Mogelijke verklaringen hiervoor kunnen zijn :
* De soda is in een vochtige omgeving bewaard, zodat hij vocht heeft opgenomen.
* De methode maakt geen gebruik van verdunning, zodat een erg kleine hoeveelheid (100 mg) soda is afgewogen. De kans op fouten en verliezen is dan groter.
* Titraties worden betrouwbaarder als minstens drie bepalingen na elkaar gebeuren en er wordt afgelezen (geschat) tot op 0,01 ml nauwkeurig.
* Een luchtbel in de buretpunt kan al snel een fout van enkele ml opleveren.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures