Springen naar inhoud

Radioactiviteit


  • Log in om te kunnen reageren

#1

lucca

    lucca


  • >250 berichten
  • 758 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 oktober 2007 - 15:17

Veronderstel dat iemand één puntvormig radioactief stofdeeltje met Pu-239 inademt en dat de
activiteit hiervan 1,00 μBq bedraagt. Dit stofdeeltje nestelt zich permanent in het zachte
longweefsel.
Het omliggende weefsel wordt hierdoor gelijkmatig bestraald en de dracht van de straling bedraagt
40 μm.
Stel de dichtheid van longweefsel op 1000 kg/m3 en de weegfactor van de straling op 20.
a) Bepaal de gemiddelde activiteit van het stofdeeltje gedurende het eerste jaar.
b) Toon door berekening aan dat de massa van het bestraalde longweefsel 0,27 μg bedraagt.
c) Bereken de geabsorbeerde dosis die het longweefsel door deze lokale bestraling in één jaar
ontvangt.

a.gemiddelde activiteit is nagenoeg gelijk aan 1,0 μBq, want de halveringstijd van Pu-239 is 24000 jaar, m.a.w.
A(t) = A(0) * 1/2^t in dit geval A(t) = 0,999997119 dus na 1 jaar activeit hetzelde, dus gemiddelde activeit ook hetzelfde.

b.dracht = 40 μm, dichtheidlongen 1000 kg/m3 puntvormige deeltje zendt overal evenver naar uit, m.a.w. 40μm ^3 * 4/3 (inhoud bol)

dan --> 8,533 *10^-14 m^3 --> 8,533 * 10 ^-11 kg... en dat komt niet over elkaar met wat de uitkomst moest zijn...

iemand idee waar ik de fout maak?

c.1 jaar --> 1 * 10 ^-6 *60 *60*24*365 = 31,536 deeltjes per jaar

1 deeltje = 5,2 Mev dus
8,3304*10^-13 Joule per deeltje * 31,536
2,627 *10^-11 Joule

2,627*10^-11/(0,27*10^-9 kg) = 0,097 J/kg

equi --> *20 --> 1,846 (equivalente dosis)

war zit bij vraag b. de fout en is de rest goed? dank

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

lucca

    lucca


  • >250 berichten
  • 758 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 oktober 2007 - 15:27

4/3 pi.. en dan komt het wel goed uit, m.a.w. kloppen a en c?

#3

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44858 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 11 oktober 2007 - 17:06

De fout in b) heb je als ik het goed begrijp gevonden (je miste een pi-tje) en a) en c) zijn goed volgens mij, op de significanties na.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#4

lucca

    lucca


  • >250 berichten
  • 758 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 oktober 2007 - 20:50

Dankjewel! (ik had de fout inderdaad al gevonden ja)

Nog een sommetje,

De koolstofisotoop C-14 is radioactief. Levende organismen bevatten per gram koolstof 0,23 Bq
koolstof-14. Deze hoeveelheid is tijdens het leven constant, maar neemt daarna af ten gevolge van
het verval.
a) Bereken na hoeveel tijd de activiteit nog slechts 0,020 Bq is.
b) Bereken het aantal 14C-atomen dat nodig is om een activiteit van 0,020 Bq te hebben.

A.In dit geval is het dus niet meer constant --> 0,02 = 0,23 * (1/2) ^ t/5730
10log(0,02/0,23) / 10log(0,5) = 3,523
5730 * 3,523 = 20190 jaar
B. A = ln2/(t1/2) * N

eenvoudig op te lossen, maar, er moet ook een andere mogelijkheid zijn om deze som op te lossen (b dan..)

m.a.w. niet met A = ln2/(t1/2) * N

Het probleem is dat de activeit niet lineair aan het verval...

iemand een goed idee?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures