Springen naar inhoud

Radioactiviteit


  • Log in om te kunnen reageren

#1

lucca

    lucca


  • >250 berichten
  • 758 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 oktober 2007 - 10:36

De koolstofisotoop C-14 is radioactief. Levende organismen bevatten per gram koolstof 0,23 Bq
koolstof-14. Deze hoeveelheid is tijdens het leven constant, maar neemt daarna af ten gevolge van
het verval.
a) Bereken na hoeveel tijd de activiteit nog slechts 0,020 Bq is.
b) Bereken het aantal 14C-atomen dat nodig is om een activiteit van 0,020 Bq te hebben.

A.In dit geval is het dus niet meer constant --> 0,02 = 0,23 * (1/2) ^ t/5730
10log(0,02/0,23) / 10log(0,5) = 3,523
5730 * 3,523 = 20190 jaar
B. A = ln2/(t1/2) * N

eenvoudig op te lossen, maar, er moet ook een andere mogelijkheid zijn om deze som op te lossen (b dan..)

m.a.w. niet met A = ln2/(t1/2) * N

Het probleem is dat de activeit niet lineair aan het verval...

iemand een goed idee?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44893 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 17 oktober 2007 - 17:09

De koolstofisotoop C-14 is radioactief. Levende organismen bevatten per gram koolstof 0,23 Bq
koolstof-14.

Lees ik dit helemaal verkeerd, of is dit wel érg krom gesteld. Becquerel is de eenheid van activiteit, ofwel een aantal vervallende kernen per seconde.


b) Bereken het aantal 14C-atomen dat nodig is om een activiteit van 0,020 Bq te hebben.

A = ln2/(t1/2) * N

eenvoudig op te lossen, maar, er moet ook een andere mogelijkheid zijn om deze som op te lossen (b dan..)

m.a.w. niet met A = ln2/(t1/2) * N


kun je iets met LaTeX met LaTeX
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

lucca

    lucca


  • >250 berichten
  • 758 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 oktober 2007 - 18:18

Beste jan,

De formule die u geeft, is een vervorming van

LaTeX

Mijn leraar vertelde dat er een andere manier is om dit op te lossen, en dan niet met de bovengenoemde formule, en gezien deze een vervorming is van die u gaf ..


zou iets als :

1. veronderstellen dat binnen een tijd van 1 h. het verval constant is (halveringstijd is 5730 jaar..(ongeveer, constant is het nooit..)
2. uitrekenen hoeveel kernen vervallen zijn in deze tussentijd

en dan.. kunnen?

#4

lucca

    lucca


  • >250 berichten
  • 758 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 oktober 2007 - 18:36

Of misschien zo iets:

je veronderstelt dat het gaat om het verval (er staat nergens bij vraag b. of het gaat om de constante situatie, of na de dood...)

ik veronderstel dus na de dood -->

van A(t) =0,02 A(0) = 0,23

dan is de verstreken tijd 20190 jaar

er staat , per gram is de activiteit 0,23...

c-14 (massa 14 gram/mol) --> ik veronderstel 1 gram...

1/14 * (6,022 *10^23 getal van Aveg.)

heb ik aantal deeltjes dat uberhaupt moet gaan vervallen..

dan bereken ik via N(t) = N(0) * 1/2 ^t/t1/2

hoeveel deeltjes ik na 20190 jaar over heb

en dat moet dan mijn aantal benodigde deeltjes zijn..

helaas komt deze uitkomst niet overeen met a = ln2/t1/2 * N

dat komt natuurlijk omdat ik zomaar 1 gram pak, dat mag niet...

Is dit opzich logisch wat ik doe of totale onzin?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures