Springen naar inhoud

Examenvragen dynamica deeltjes/stelsels


  • Log in om te kunnen reageren

#1

xniels

    xniels


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 15 januari 2008 - 20:14

beste,

ik zit nogal in de problemen met volgende examenvragen:

1. Een massa (0,1 kg) ligt op een wrijvingsloos schuin vlak (30?) op een hoogte d. Onderaan het schuine vlak bevindt zich een veer met veerconstante 100N/m. Wanneer de massa wordt losgelaten wordt de veer 10cm ingeduwd. Bereken d.

2. Een object (een jojo) bestaat uit 2 delen. De straal van het grootste gedeelte is 10 keer de straal van het kleinste gedeelte (R = 10r). De massa van het totale object is M, het traagheidsmoment t.o.v. de rotatie-as wordt benaderd door Ir = ? MR?. Rond de kleinste cilinder is een touw gewikkeld. Het touw wordt op een vast punt stilgehouden. Op t = 0 laat men de jojo los. Bereken a) de baanversnelling van het massacentrum, en b) de spankracht in het touw als M = 0,1kg.


heeft iemand een idee voor een methode om deze twee te berekenen?

bedankt voor al te lezen!
niels

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 15 januari 2008 - 20:23

nr 1 eenvoudiger dan hij lijkt.
de indrukking geeft je een veerenergie Żku▓. en die mˇet gelijk zijn aan de zwaarte-energie mgh op het moment van loslaten. Enige wat me niet duidelijk is of met d de afstand over de helling, of inderdaad gewoon de verticale hoogte worrdt bedoeld. maar ook die schuine afstand is, als je de hoogte kent, met een beetje gonio in no time opgelost.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

xniels

    xniels


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 15 januari 2008 - 20:37

nr 1 eenvoudiger dan hij lijkt.
de indrukking geeft je een veerenergie Żku▓. en die mˇet gelijk zijn aan de zwaarte-energie mgh op het moment van loslaten. Enige wat me niet duidelijk is of met d de afstand over de helling, of inderdaad gewoon de verticale hoogte worrdt bedoeld. maar ook die schuine afstand is, als je de hoogte kent, met een beetje gonio in no time opgelost.



Dus eigenlijk bekom je gewoon deze vergelijking bij loslaten:

m*g*h*sin 30░ = - 1/2 * k * 0,012

je hoogte eruithalen en de andere waardes invullen en voila?

Veranderd door xniels, 15 januari 2008 - 20:38


#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 15 januari 2008 - 20:51

Dus eigenlijk bekom je gewoon deze vergelijking bij loslaten:

m*g*h*sin 30░ = - 1/2 * k * 0,012

je hoogte eruithalen en de andere waardes invullen en voila?

Wel ongeveer die kant op, maar met wat foutjes.
Dit moet in eerste instantie p˙˙r een energievergelijking worden. We rekenen hier met h, die hoek doet dan totaal niet terzake. Dat komt eventueel als je met die verkregen h de schuifafstand langs de helling wil berekenen.
Verder is 10 cm niet gelijk aan 0,01 m.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

Sjakko

    Sjakko


  • >1k berichten
  • 1007 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 15 januari 2008 - 21:05

2. Een object (een jojo) bestaat uit 2 delen. De straal van het grootste gedeelte is 10 keer de straal van het kleinste gedeelte (R = 10r). De massa van het totale object is M, het traagheidsmoment t.o.v. de rotatie-as wordt benaderd door Ir = ? MR?. Rond de kleinste cilinder is een touw gewikkeld. Het touw wordt op een vast punt stilgehouden. Op t = 0 laat men de jojo los. Bereken a) de baanversnelling van het massacentrum, en b) de spankracht in het touw als M = 0,1kg.

heeft iemand een idee voor een methode om deze twee te berekenen?

Ja. Je dient gewoon
LaTeX en LaTeX in te vullen. Bedenk daarbij dat hoekversnelling en versnelling onderling een verband hebben en dat is je derde vergelijking. Mijns inziens is dit vraagstuk nu op te lossen.

#6

xniels

    xniels


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 15 januari 2008 - 21:29

Wel ongeveer die kant op, maar met wat foutjes.
Dit moet in eerste instantie p˙˙r een energievergelijking worden. We rekenen hier met h, die hoek doet dan totaal niet terzake. Dat komt eventueel als je met die verkregen h de schuifafstand langs de helling wil berekenen.
Verder is 10 cm niet gelijk aan 0,01 m.


hoe moet je de 30 graden er dan precies in verwerken?

excuses voor de typefout weinig slaap tijdens de examens hier

alvast enorm bedankt!

#7

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 15 januari 2008 - 21:41

Ja, het dringt niet door geloof ik.

zˇ zie ik d en h:

helling.gif

en dus begrijp ik niet hoe er om een hoogte d wordt gevraagd. Ik denk dat afstand d wordt bedoeld.
Voor de energievergelijking maakt het niet uit of het blok verticaal naar beneden valt of schuin langs een wrijvingsloze helling naar beneden schuift. Zolang je de verticale hoogte h maar in je energievergelijking stopt.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures