Springen naar inhoud

[elektrotechniek] sterschakeling


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Arie Bombarie

    Arie Bombarie


  • >250 berichten
  • 682 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 april 2008 - 12:43

Goede dag,

De opgave:
Op een driefasenet met een lijnspanning van 400V/50Hz wordt een driefasemotor aangesloten.
Deze motor heeft 3 statorspoelen . Elke van deze spoelen heeft een impedantie Z= 10 ohm.
Deze waarde van Z=10 ohm blijft constant en geldt voor het eerste moment van aanzetten zowel in ster als in driehoek.

a) Bereken de stroom die deze motor opneemt uit het net als deze in ster aangesloten wordt.
Ik doe:
Uf = 400 / :D(3) = 230,9 V
Als ik nu:
If = Il = 230,9 / 10 = 23,1 A kom ik op het juiste antwoord uit.

Echter, waarom is dit de stroom die opgenomen wordt uit het net?
De drie impedanties nemen alle drie een stroom van 23,1 A op uit het net, die 120 graden ten opzichte van elkaar na-ijlen. De vectoriŽle som hiervan is 0. Hoezo neemt de motor dan alsnog een stroom van 23,1 A op uit het net?
Help WSF met het vouwen van eiwitten en zo ziekten als kanker en dergelijke te bestrijden in de vrije tijd van je chip:
http://www.wetenscha...showtopic=59270

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6607 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 19 april 2008 - 13:36

Ik zou de vraag willen omkeren: waarom niet?
Als je een 1-fase systeem hebt tussen fase en nul, dan zijn de stromen in de fasedraad en in de nul met elkaar in tegenfase, dus daar is de vectoriŽle som van de stromen ook nul. Vraag je je dan ook af waarom er toch nog stroom uit het net wordt opgenomen?

#3

Arie Bombarie

    Arie Bombarie


  • >250 berichten
  • 682 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 april 2008 - 13:44

Zo had ik het nog niet bekeken, bedankt!

Alleen uit de volgende opgave (ook sterschakeling) kom ik op wat anders uit dan het antw. boekje:

Een in ster geschakelde 3-fasen generator heeft een fasespanning van 220V 50Hz. Tussen elke fase en de nulleider is een condensator met een weerstand in serie geschakeld. De capaciteit van de condensator is 500uF. De lijnstroom is 10A.
Bereken:
a. De weerstand
b. Het door de generator geleverde vermogen

Wat ik doe:
Xc = 1/(2 :D 50 x 500e-6) = 6,37 Ohm
z = 220/10 = 22 Ohm
R = Wortel (22^2 - 6,37^2) = 21 Ohm

Dan b:
cos phi = 21 / 22 = 0,96
Ptot = 3 x 220 x 10 x cos 0,96 = 6599 W, dit zou volgens het antw. boekje echter 6300 W moeten zijn...
Help WSF met het vouwen van eiwitten en zo ziekten als kanker en dergelijke te bestrijden in de vrije tijd van je chip:
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#4

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6607 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 19 april 2008 - 22:35

Bij de berekening van het vermogen doe je te ingewikkeld. Bovendien maak je een fout. Je neemt de cos van 0,96. Maar de cos is 0,96

Maar het kan eenvoudiger:
Er is gegeven dat de lijnstroom 10A is. Die stroom loopt ook door de weerstand. Dus het vermogen per weerstand is I^2 * R = 100 * 21 =2100 watt. En dat heb je 3 keer.

#5

Arie Bombarie

    Arie Bombarie


  • >250 berichten
  • 682 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 april 2008 - 10:30

Maar natuurlijk, en nogmaals bedankt!
Help WSF met het vouwen van eiwitten en zo ziekten als kanker en dergelijke te bestrijden in de vrije tijd van je chip:
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures