Springen naar inhoud

[scheikunde] neerslaan van een zout


  • Log in om te kunnen reageren

#1

djim

    djim


  • 0 - 25 berichten
  • 23 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 21 april 2008 - 22:01

Hoe komt het dat sommige zouten neerslaan en anderen niet?

Ik begon met mijn redenatie dat Cl naar zijn edelgasconfiguratie wil en daarom een elektron opneemt om zijn schil vol te krijgen waardoor het Cl- wordt. Natrium kan deze elektron goed afstaan omdat deze een elektron kwijt wil, dit wordt dan Na+, Na+ en Cl- trekken elkaar aan en vormen een kristalrooster wat steeds groter wordt en neerslaat.

Ik weet dat er bepaalde concepten niet kloppen of missen..

vandaar mijn vraag:
waarom lost een zout op?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8935 berichten
  • VIP

Geplaatst op 21 april 2008 - 23:20

De edelgasconfiguratie heeft niets te maken met wel of niet neerslaan. Zowel in het kristalrooster als in de oplossing zijn de atomen aanwezig als ionen. In het kristalrooster trekken de positieve (Na+ bijvoorbeeld) en de negatieve (Cl-) elkaar aan. In de oplossing is er eenzelfde aantrekkingskracht, maar dan tussen de losse ionen en watermoleculen. In het geval van Na+ is die aantrekking er met het (deels negatief geladen) O-atoom. In het geval van Cl- is de aantrekking er met de H-atomen. Door die aantrekkingskracht zijn de ionen omgeven door een x-aantal watermoleculen. Men noemt dit ook wel een watermantel.

De vraag waarom sommige zouten goed oplossen en andere niet hangt van een heel aantal factoren af. De meest belangrijke zijn aan de ene kant hoe gunstig het kristalrooster is en aan de andere kant hoe gunstig de vorming van een watermantel rond de ionen is.

Een paar vuistregels hierbij zijn:

1. Een behoorlijk verschil in grootte is tussen de ionen (zoals bij NaCl) zorgt voor een minder gunstig kristalrooster. Die zouten lossen relatief goed op.
2. Kleine ionen lossen gemakkelijker op dan grote. Om een watermantel te kunnen vormen moeten er immers eerst een stel watermoleculen uit elkaar worden getrokken om plaats te maken voor het ion.

Op basis van bovenstaande regels kun je verklaren waarom NaCl wťl oplost in water en AgCl nauwelijks. Je kunt ook verklaren waarom NaCl uiteindelijk wel neerslaat: Je hebt immers een bepaald aantal watermoleculen nodig voor ieder ion dat je oplost. Op een gegeven moment heb je geen watermoleculen meer over om nog meer ionen op te kunnen lossen.

Cetero censeo Senseo non esse bibendum






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures