Springen naar inhoud

[scheikunde] vraagstuk evenwichtsreactie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Archibalt

    Archibalt


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 17 juni 2008 - 15:59

Dit vraagstuk kreeg ik voorgeschoteld ter voorbereiding van het ingangsexamen geneeskunde. Ik heb er de nodige tijd aan besteed, maar het wil me maar niet lukken. Is dit vraagstuk nu echt zo moeilijk, of ben ik echt zo slecht in chemie? :D
__

Vraagstuk:

In een gesloten recipiŽnt van 1 liter brengt men 0,5 mol N₂en 0,8 mol H₂. Hierna stelt er zich een evenwicht involgense de vergelijking:

N₂+ 3H₂↔ 2NH₃

De evenwichtsconcentratie aan ammoniak bedraagt 0.2 mol per liter. Wat is de evenwichtsconcentratie aan H₂?

Mogelijke antwoorden:
A) 0.4 mol/liter
B) 0.5 mol/liter
C) 0.6 mol/liter
D) de evenwichtsconstante voor de reactie bij de beschouwde temperatuur moet gekend zijn.
__

Ik dacht eerst aan D, hoe onwaarschijnlijk zo'n antwoord meestal ook is bij een meerkeuzevraag. Maar het juiste antwoord bleek dus B te zijn.

Alvast bedankt!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8933 berichten
  • VIP

Geplaatst op 17 juni 2008 - 16:17

Een van de belangrijkste basisprincipes is de wet van behoud van massa, of meer specifiek voor dit vraagstuk gesteld: De hoeveelheden van elk element dienen zowel voor als na het instellen van het evenwicht gelijk te zijn.

Als per liter 0.2 mol NH3 ontstaat, oftewel 0.2 mol N-atomen en 0.6 mol H-atomen, dan moeten die afkomstig zijn van de respectievelijk 0.5 mol N2 (1.0 mol N-atomen) en 0.8 mol H2 (1.6 mol H-atomen) die je hebt ingebracht.

Van de 1.6 mol H-atomen zit, na instellen van het evenwicht, dus 0.6 mol in de NH3 moleculen. De rest, 1.0 mol dus, is nog aanwezig als H2. De hoeveelheid H2 moleculen is dus 0.5 mol, en de concentratie dus 0.5 mol/l

Cetero censeo Senseo non esse bibendum


#3

Fred F.

    Fred F.


  • >1k berichten
  • 4168 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 17 juni 2008 - 16:18

Dit is een makkie.

Je begint met 0,5 mol N2 en 0,8 mol H2 (allebei in 1 liter).

Bij het evenwicht is er 0,2 mol NH3 gevormd.

Om 0,2 mol NH3 te vormen moet er 0,1 mol N2 gereageerd hebben met 0,3 mol H2 volgens de reactievergelijking.

Dus hoeveel mol H2 is er dan nog over in die 1 liter? 0,8 - 0,3 = 0,5 mol.

EDIT: Marko was net iets eerder.

Veranderd door Fred F., 17 juni 2008 - 16:18

Hydrogen economy is a Hype.

#4

Archibalt

    Archibalt


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 17 juni 2008 - 17:02

Ik ben nooit een groot licht geweest in chemie, maar dit was idd wel erg simpel.. Bedankt Marco en Fred! Ik hoop dat jullie het niet erg vinden als ik hier vaker mijn chemie "probleempjes" post. Ik zal proberen ze volgende keer wat uitdagender te maken! :D

#5

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44815 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 17 juni 2008 - 18:01

"vraagstukjes" hebben we liever in het huiswerkforum een volgend maal. Dat is daar speciaal voor opgericht.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#6

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24049 berichten
  • VIP

Geplaatst op 17 juni 2008 - 18:27

Ik zal je topic alsnog verplaatsen, volgende keer in het goede forum aub :D
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)

#7

Archibalt

    Archibalt


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 17 juni 2008 - 18:32

Excuses! Ik zal er volgende keer rekening mee houden.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures