Springen naar inhoud

'het academische van de universiteit'


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Larss

    Larss


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 16 september 2008 - 20:03

Ik las een tekst van de duitse filosoof Pieper over het academische van een unversiteit. Hij schrijft dat sommige vaardigheden die onderwezen worden van nut zijn voor anderen. De zogenaamde 'artes serviles' (architect, arts) . In tegenstelling tot de 'artes liberalis' (filosofie, theoretische natuurkunde) die vrij zijn van dienstbaarheid. Hij vindt dat de artes liberalis voor echt academisch staan, omdat 'Akademisch heisst philosophisch'. Filosofie moet vrij zijn anders was het geen filosofie. Verder stelt hij dat de beroepsvoorbereiding op de universiteit academisch dient te zijn en dus elementen moet bevatten die vrij zijn van toepasbaarheid. Pieper stelt dat het weten op zich zinvol is zonder dat het toepasbaar hoeft te zijn. Hij vindt het geen goede ontwikkeling dat met name in de natuur, medische en technische wetenschappen het onderzoek steeds vaker gericht is op nut. Verder stelt hij dat de universiteit zich niet bezig moet houden met de vragen die de maatschappij vandaag stelt, maar zich juist bezig moet houden met de vragen die de maatschappij van vandaag niet stelt, omdat we anders in de problemen komen met ontwikkelingen van oplossingen in de toekomst.

Dit stukje theorie wil ik graag gebruiken als onderpand voor een stelling binnen de psychologie. Wij krijgen op de universiteit het beroepsmodel van de 'Scientist practitioner' voorgeschoteld, maar dat model stelt juist dat er in de beroepspraktijk van de klinisch neuropsycholoog onderzoek gedaan moet worden naar zaken die toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk. De stelling is dan als volgt: 'Het hanteren van dit beroepsmodel gaat ten koste van het academische binnen de klinische neuropsychologie'

Graag jullie visie, want ik vind het model tegenstrijdig, maar dat kan ook komen, omdat ik er simpelweg te weinig van begrijp. Ik wilde het toch graag hier plaatsen.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Snow white

    Snow white


  • >100 berichten
  • 182 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 september 2008 - 14:52

Ik zou er bijna wat om verwedden dat wij de afgelopen weken in dezelfde collegezalen hebben gezeten.

(misschien dat ik later terugkom op je stelling, nu even gebrek aan tijd/bronnen bij de hand)

edit: vermoedelijk wordt dit meer een filosofie'tje dan een psychologie'tje.

Veranderd door Snow white, 17 september 2008 - 14:52

I'm anemic when I'm happy. I loose my way everyday. My memories of time are empty - ML

#3


  • Gast

Geplaatst op 17 september 2008 - 15:11

Ik las een tekst van de duitse filosoof Pieper over het academische van een unversiteit. Hij schrijft dat sommige vaardigheden die onderwezen worden van nut zijn voor anderen. De zogenaamde 'artes serviles' (architect, arts) . In tegenstelling tot de 'artes liberalis' (filosofie, theoretische natuurkunde) die vrij zijn van dienstbaarheid. Hij vindt dat de artes liberalis voor echt academisch staan, omdat 'Akademisch heisst philosophisch'. Filosofie moet vrij zijn anders was het geen filosofie. Verder stelt hij dat de beroepsvoorbereiding op de universiteit academisch dient te zijn en dus elementen moet bevatten die vrij zijn van toepasbaarheid. Pieper stelt dat het weten op zich zinvol is zonder dat het toepasbaar hoeft te zijn. Hij vindt het geen goede ontwikkeling dat met name in de natuur, medische en technische wetenschappen het onderzoek steeds vaker gericht is op nut. Verder stelt hij dat de universiteit zich niet bezig moet houden met de vragen die de maatschappij vandaag stelt, maar zich juist bezig moet houden met de vragen die de maatschappij van vandaag niet stelt, omdat we anders in de problemen komen met ontwikkelingen van oplossingen in de toekomst.

Dit stukje theorie wil ik graag gebruiken als onderpand voor een stelling binnen de psychologie. Wij krijgen op de universiteit het beroepsmodel van de 'Scientist practitioner' voorgeschoteld, maar dat model stelt juist dat er in de beroepspraktijk van de klinisch neuropsycholoog onderzoek gedaan moet worden naar zaken die toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk. De stelling is dan als volgt: 'Het hanteren van dit beroepsmodel gaat ten koste van het academische binnen de klinische neuropsychologie'

Graag jullie visie, want ik vind het model tegenstrijdig, maar dat kan ook komen, omdat ik er simpelweg te weinig van begrijp. Ik wilde het toch graag hier plaatsen.


Universitair onderzoek en -onderwijs is gebaseerd op nut omdat de universiteiten volgens een marktmodel worden gefinancieerd en georganiseerd. De hoeveelheid afgestudeerde studenten bepaalt het budget in belangrijke mate. Studenten eisen van de universiteit kennis in hapklare brokken die ze min of meer onverkort kunnen inzetten in het bedrijfsleven. Als de universiteit daar niet op inspeelt daalt de aanwas van eerste-jaars en dus het budget. Universitair onderzoek moet daarbij - door slinkende budgetten - steeds meer gefinancieerd worden vanuit het bedrijfsleven, waardoor de ruimte voor 'nutteloos' onderzoek ook daar beperkt is geworden.

Dit is dus helemaal geen kwestie van wat 'beter voor de ontwikkeling van oplossingen in de toekomst' is. Het is een kwestie van vraag en aanbod, en de meeste vraag onder aankomende studenten en onderzoekers is naar gemakkelijk toepasbare kennis, zoveel mogelijk toegespitst op bestaande winstgevende activiteiten in het bedrijfsleven.

Dit veranderingsproces op de universiteiten zou zelfs nog een stap verder gevoerd moeten worden. Inmiddels is het verschil in startsalaris tussen een HTS-er en een technisch WO-er bijna tot 0 gedaald. Het loont dus al niet meer om een universitaire technische studie te gaan doen, omdat je een jaar langer (en zwaarder) moet studeren voor hetzelfde loon. Als de universitaire insteek niet nog beter aansluit op de onmiddelijke vraag vanuit het bedrijfsleven kan het voortbestaan van universiteiten zelfs in gevaar komen. Studenten zullen door krijgen dat ze voor het geld en het gemak beter naar de HTS kunnen gaan ipv de TU, bijvoorbeeld. Als dat eenmaal het geval is kunnen de TU's gesloten worden. Ik sluit het niet uit!

Ik ben zelf academicus, maar ik constateer dat het "Einde van de Wetenschap" met betrekking tot techniek nabij is. In mijn werk als ingenieur zie ik hoe MTS-ers die nog geen staartdeling kunnen uitvoeren verder prima de meest complexe ontwerpen kunnen maken voor de modernste technische installaties en infrastructuur. Hoe kan dat? Dat kan omdat die MTS-ers perfect zijn opgeleid om gebruik te maken van standaard ontwerpsoftware, vuistregels en tabellenboekjes. Het is helemaal niet nodig om de complexe wiskundige en natuurkundige principes die achter die software en die tabellenboekjes schuilgaat te begrijpen. Waar vroeger drie ingenieurs op zaten te studeren zit nu een MTS-er met een PC achterover te leunen. Op technisch gebied is de rol van de academische wetenschap kennelijk uitgespeeld. Studeren en begrijpen is overbodig geworden. Onthouden en oefenen is genoeg, i.c.m een computer die de nodige analyse en controles uitvoert. De universiteiten kunnen gesloten worden! :D

#4

Larss

    Larss


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 17 september 2008 - 18:09

Universitair onderzoek en -onderwijs is gebaseerd op nut omdat de universiteiten volgens een marktmodel worden gefinancieerd en georganiseerd. De hoeveelheid afgestudeerde studenten bepaalt het budget in belangrijke mate. Studenten eisen van de universiteit kennis in hapklare brokken die ze min of meer onverkort kunnen inzetten in het bedrijfsleven. Als de universiteit daar niet op inspeelt daalt de aanwas van eerste-jaars en dus het budget. Universitair onderzoek moet daarbij - door slinkende budgetten - steeds meer gefinancieerd worden vanuit het bedrijfsleven, waardoor de ruimte voor 'nutteloos' onderzoek ook daar beperkt is geworden.

Dit is dus helemaal geen kwestie van wat 'beter voor de ontwikkeling van oplossingen in de toekomst' is. Het is een kwestie van vraag en aanbod, en de meeste vraag onder aankomende studenten en onderzoekers is naar gemakkelijk toepasbare kennis, zoveel mogelijk toegespitst op bestaande winstgevende activiteiten in het bedrijfsleven.

Dit veranderingsproces op de universiteiten zou zelfs nog een stap verder gevoerd moeten worden. Inmiddels is het verschil in startsalaris tussen een HTS-er en een technisch WO-er bijna tot 0 gedaald. Het loont dus al niet meer om een universitaire technische studie te gaan doen, omdat je een jaar langer (en zwaarder) moet studeren voor hetzelfde loon. Als de universitaire insteek niet nog beter aansluit op de onmiddelijke vraag vanuit het bedrijfsleven kan het voortbestaan van universiteiten zelfs in gevaar komen. Studenten zullen door krijgen dat ze voor het geld en het gemak beter naar de HTS kunnen gaan ipv de TU, bijvoorbeeld. Als dat eenmaal het geval is kunnen de TU's gesloten worden. Ik sluit het niet uit!

Ik ben zelf academicus, maar ik constateer dat het "Einde van de Wetenschap" met betrekking tot techniek nabij is. In mijn werk als ingenieur zie ik hoe MTS-ers die nog geen staartdeling kunnen uitvoeren verder prima de meest complexe ontwerpen kunnen maken voor de modernste technische installaties en infrastructuur. Hoe kan dat? Dat kan omdat die MTS-ers perfect zijn opgeleid om gebruik te maken van standaard ontwerpsoftware, vuistregels en tabellenboekjes. Het is helemaal niet nodig om de complexe wiskundige en natuurkundige principes die achter die software en die tabellenboekjes schuilgaat te begrijpen. Waar vroeger drie ingenieurs op zaten te studeren zit nu een MTS-er met een PC achterover te leunen. Op technisch gebied is de rol van de academische wetenschap kennelijk uitgespeeld. Studeren en begrijpen is overbodig geworden. Onthouden en oefenen is genoeg, i.c.m een computer die de nodige analyse en controles uitvoert. De universiteiten kunnen gesloten worden! :D


Oke, ik begrijp je punt, maar je stelt dat MTS'ers door middel van programma's de meest complexe ontwerpen kunnen maken. Die programma's zijn waarschijnlijk gebaseerd op wiskundige en natuurkundige principes die ooit onderzocht zijn. Is het dan niet zo dat we volgens jouw beschrijving geen stap verder komen dan waar we nu zijn? Wat is jouw visie op de werkwijze van de technische universiteiten en denk je dat het beter kan? Vind je dat de psychologisch onderzoek zich voornamelijk moet richten op 'dienstbaarheid' voor de samenleving?


Ik zou er bijna wat om verwedden dat wij de afgelopen weken in dezelfde collegezalen hebben gezeten.

(misschien dat ik later terugkom op je stelling, nu even gebrek aan tijd/bronnen bij de hand)

edit: vermoedelijk wordt dit meer een filosofie'tje dan een psychologie'tje.


Zou zomaar kunnen. Ik studeer in Nijmegen.

Veranderd door Larss, 17 september 2008 - 18:13


#5

Snow white

    Snow white


  • >100 berichten
  • 182 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 september 2008 - 18:15

Mechanieker: ik vind je reactie absoluut onderbouwd. Ik heb echter wel het gevoel dat je van de stelling afwijkt. De vraag is hier specifiek gericht op de klinisch neuropsycholoog. Psychologie is, met alle respect, een van de weinige beroepen waarin het scientist-practitioner-model als beroepsmodel benut wordt (d.w.z.: iedere wetenschap heeft een theorie-kant en een toepassings-kant, maar het unificeren daarvan in 1 beroepsbeoefenaar is een unicum).

Gaat het beroepsmodel van de scientist-practitioner ten koste van het academische binnen de klinische neuropsychologie?

Aan de lopende band. Het scientist-practitioner pretendeert de vrijheid te vergroten, en dat is ook waarom het aanvankelijk ideaal lijkt. De scientist-practitioner combineert, hij staat boven theorie en praktijk, hij blijft wetenschapper pur sang maar nu zoals het echt moet... Dat soort uitspraken ontstaat al gauw.

Maar wat was de basis, wat waren de grondbeginselen van de academie? Dit lag besloten in filosofie: wetenschap was vrij zijn, vrij van alle basale activiteiten (een quick&dirty vergelijking zou zijn: vrij van de eerste lagen van Maslows piramide). De wetenschapper/filosoof was letterlijk de vrijgestelde die mocht denken en na mocht denken, en mocht onderzoeken. Hij mocht de wereld ontdekken. De academie was een manier om deze wetenschappers te verzamelen, zodat zij konden communiceren over kennis. Hierdoor werd de academie toch een soort scene, waarbinnen bepaalde standaarden gelden. Vandaar: ''academisch''. Maar hoe de ontwikkelingen zich ook wendden, de academie was bedoeld om vrij te zijn van alle dwang en je te richten op dat wat werkelijk benijdenswaardig was: kernkennis en discussie over die kennis.

Ik moet Mechanieker gelijk geven in de vraag wat daar nog van over is. Fundamentele kennis lijkt er steeds minder toe te doen. Het gaat om toepassing, praktische relevantie en eigenlijk: rendement, winstgevendheid. De academicus (klinisch neuropsycholoog) is niet langer vrij. Hij mag wel onderzoek doen naar pathologie bij patienten, maar het kan niet langer stoelen op het opdoen van kennis opzich. Nu zit de klinisch neuropsycholoog redelijk gebakken, aangezien neuropsychologisch onderzoek al snel richting klinisch/revalidatiepsy neigt. Dit maakt hem echter juist minder vrij (en dus minder academisch), want nu heeft zelfs de kernkennis een nut gekregen.

(ik wil graag onderscheid maken tussen nut en zin. Alsin: alle bovenstaande kennis heeft zin, het draagt bij aan het gedachtengoed van geinteresseerden. Het is zinvol, want het heeft waarde voor hen die zich hierbij betrokken voelen. Het verandert in 'nut' wanneer iets maatschappelijk en commercieel interessant wordt. Het gaat dan niet langer om de kennis op zich, maar om de vraag ''wat kunnen wij daarmee?''. Op dat moment veranderen zowel doel als middelen aanzienlijk, en dus praat ik van een onderscheid tussen nut en zin.)
I'm anemic when I'm happy. I loose my way everyday. My memories of time are empty - ML

#6

ferry

    ferry


  • >250 berichten
  • 954 berichten
  • VIP

Geplaatst op 17 september 2008 - 18:33

Ik heb dit jaar mogen vieren dat ik 10 jaar binnen de academische wereld werkzaam ben. En, zolang ik er rondloop is het er niet beter op geworden (of die twee dingen aan elkaar gekoppeld zijn of niet, laat ik in het midden!). Hoe dan ook de hele vermarkting en verschoolsing (steeds meer studenten die vertellen dat ze naar school gaan om les te krijgen van een leraar) heeft het er niet leuker opgemaakt.

Over de relatie tussen zuivere wetenschap en toegepaste wetenschap, denk ik toch "there nothing is so practical as good theory" (Lewin).

#7

ypsilon

    ypsilon


  • >5k berichten
  • 11085 berichten
  • VIP

Geplaatst op 17 september 2008 - 19:05

Ik las een tekst van de duitse filosoof Pieper over het academische van een unversiteit. Hij schrijft dat sommige vaardigheden die onderwezen worden van nut zijn voor anderen. De zogenaamde 'artes serviles' (architect, arts) . In tegenstelling tot de 'artes liberalis' (filosofie, theoretische natuurkunde) die vrij zijn van dienstbaarheid. Hij vindt dat de artes liberalis voor echt academisch staan, omdat 'Akademisch heisst philosophisch'. Filosofie moet vrij zijn anders was het geen filosofie. Verder stelt hij dat de beroepsvoorbereiding op de universiteit academisch dient te zijn en dus elementen moet bevatten die vrij zijn van toepasbaarheid.

Ik begeef me op gevaarlijk gebied: een filosoof tegenspreken... Ik vind dat deze dichotomie nogal artificieel is: de overgang van fundamentele wetenschap naar praktische toepassingen is volgens mij continu. Volgens mij brengt het bekijken van praktische toepassingen de fundamentele kennis niet in het gedrang, en het is evident dat praktische toepassingen niet kunnen zonder kennis. Zelfs de filosofie heeft zich vaak op de praktijk van het dagelijks leven gericht. De psychologie in het bijzonder, maar eigenlijk alle wetenschappen doorheen hun geschiedenis, vallen te interpreteren als het zoeken van de mens naar zichzelf: wetenschap is de vermenselijking van de wereld, zoals we bij Hegel kunnen lezen. De mens heeft nood aan kennis over zichzelf. De behoeftenpiramide van Maslow (aangehaald door Snow white), blijkt niet strikt hiërarchisch te zijn: hogere noden kunnen zich nog steeds manifesteren, ook als aan de lagere niet voldaan is ("Is dit een mens" van Primo Levi is in dezen een openbaring).

Pieper stelt dat het weten op zich zinvol is zonder dat het toepasbaar hoeft te zijn.

Daar ben ik het wel mee eens.

Hij vindt het geen goede ontwikkeling dat met name in de natuur, medische en technische wetenschappen het onderzoek steeds vaker gericht is op nut. Verder stelt hij dat de universiteit zich niet bezig moet houden met de vragen die de maatschappij vandaag stelt, maar zich juist bezig moet houden met de vragen die de maatschappij van vandaag niet stelt, omdat we anders in de problemen komen met ontwikkelingen van oplossingen in de toekomst.

Ik vraag me af hoe je dat precies moet zien: medische wetenschap zonder praktische toepasbaarheid? Ik ben het er wel mee eens dat kortetermijndenken niet gepast is in een academische setting. Maar dat betekent niet dat de hele maatschappij niet wel zou varen bij het overschouwen van problemen op langere termijn.

Bovendien, kan je dit - of je dat nu graag wil of niet - niet los van de economische realiteit bekijken. De middelen zijn beperkt, dat is nu eenmaal zo.

Daarenboven betekent het feit dat men niet gedwongen is voor praktische toepassingen te zorgen, helemaal niet dat de wetenschap plotseling "vrij" is. Je kan echt niet buiten het maatschappelijk discours om, daar hebben zowel Foucault als Lacan het uitgebreid over.

Dit stukje theorie wil ik graag gebruiken als onderpand voor een stelling binnen de psychologie. Wij krijgen op de universiteit het beroepsmodel van de 'Scientist practitioner' voorgeschoteld, maar dat model stelt juist dat er in de beroepspraktijk van de klinisch neuropsycholoog onderzoek gedaan moet worden naar zaken die toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk. De stelling is dan als volgt: 'Het hanteren van dit beroepsmodel gaat ten koste van het academische binnen de klinische neuropsychologie'

Ik vraag me af hoe je dat zelf ziet: is het mogelijk om aan klinische psychologisch onderzoek te doen dat géén praktische toepassingen kent? Ik denk dat de opsplitsing tussen praktisch nut en directe toepassing duidelijker is: in een opleiding tot psycholoog komt o.a. de fundamentele wetenschap achter psychologische diagnostiek aan bod, in de toegepaste psychologie komt vooral het gebruik van tests om tot diagnostiek over te gaan aan bod.

edit: vermoedelijk wordt dit meer een filosofie'tje dan een psychologie'tje.

Ja, maar de aanzet is er één tot reflectie over het vakgebied van de psycholoog. Voorlopig laat ik het hier dus staan.

Studenten eisen van de universiteit kennis in hapklare brokken die ze min of meer onverkort kunnen inzetten in het bedrijfsleven. Als de universiteit daar niet op inspeelt daalt de aanwas van eerste-jaars en dus het budget.

(...)

In mijn werk als ingenieur zie ik hoe MTS-ers die nog geen staartdeling kunnen uitvoeren verder prima de meest complexe ontwerpen kunnen maken voor de modernste technische installaties en infrastructuur. Hoe kan dat? Dat kan omdat die MTS-ers perfect zijn opgeleid om gebruik te maken van standaard ontwerpsoftware, vuistregels en tabellenboekjes. Het is helemaal niet nodig om de complexe wiskundige en natuurkundige principes die achter die software en die tabellenboekjes schuilgaat te begrijpen. Waar vroeger drie ingenieurs op zaten te studeren zit nu een MTS-er met een PC achterover te leunen. Op technisch gebied is de rol van de academische wetenschap kennelijk uitgespeeld. Studeren en begrijpen is overbodig geworden.

Het is me niet helemaal duidelijk of je hier nu met opzet erg overdrijft of niet. Indien niet, vraag ik me af of het verschil tussen Nederland en België dan werkelijk zo groot is. Ik merk hier namelijk dat veel studenten psychologie afhaken aan de universiteit, omdat de eerste jaren vooral de brede academische, en fundamenteel-wetenschappelijke kant aan bod komt in de opleiding.

Wat betreft het niet kunnen maken van staartdelingen: dat kun je toch echt niet op de academische opleiding afschuiven. Als ze je aan de unief nog moeten diets maken hoe je de meest eenvoudige wiskundige berekeningen uitvoert, scheelt er iets aan het middelbaar onderwijs.

Ook de stelling dat computers alle werk doen vind ik overtrokken. Als een onderzoeker vroeger een factor-analyse wilde uitvoeren op een beetje steekproef, had hij een hele rol behangpapier nodig om zijn berekeningen te maken. Als hij die factoren dan nog eens wou roteren, kon hij een nieuwe rol gaan halen. Godzijdank kan dat tegenwoordig met de computer. De meeste statistische programma's vereisen echter wél een voorkennis van de statistische techniek die wordt uitgevoerd. Het is geen toeval dat je als Master in de psychologie, op twee jaartjes extra ook een mastergraad in de statistische data-analyse kunt halen.

Aan de lopende band. Het scientist-practitioner pretendeert de vrijheid te vergroten, en dat is ook waarom het aanvankelijk ideaal lijkt. De scientist-practitioner combineert, hij staat boven theorie en praktijk, hij blijft wetenschapper pur sang maar nu zoals het echt moet... Dat soort uitspraken ontstaat al gauw.

Het principe wordt overroepen, en het is natuurlijk niet zaligmakend. Maar dat betekent niet dat het tegendeel daarom waar is.

Maar wat was de basis, wat waren de grondbeginselen van de academie? Dit lag besloten in filosofie: wetenschap was vrij zijn, vrij van alle basale activiteiten (een quick&dirty vergelijking zou zijn: vrij van de eerste lagen van Maslows piramide). De wetenschapper/filosoof was letterlijk de vrijgestelde die mocht denken en na mocht denken, en mocht onderzoeken. Hij mocht de wereld ontdekken. De academie was een manier om deze wetenschappers te verzamelen, zodat zij konden communiceren over kennis. Hierdoor werd de academie toch een soort scene, waarbinnen bepaalde standaarden gelden. Vandaar: ''academisch''. Maar hoe de ontwikkelingen zich ook wendden, de academie was bedoeld om vrij te zijn van alle dwang en je te richten op dat wat werkelijk benijdenswaardig was: kernkennis en discussie over die kennis.

Dat is niet incorrect, maar wel een romantische voorstelling. Een beetje platter uitgedrukt zou je kunnen stellen: academische wetenschappelijke activiteit, dat was weggelegd voor mensen met tijd en geld te veel. De democratisering van het onderwijssysteem werkt de verschuiving van wetenschappelijke activiteit blijkbaar in de hand.

Ik moet Mechanieker gelijk geven in de vraag wat daar nog van over is. Fundamentele kennis lijkt er steeds minder toe te doen. Het gaat om toepassing, praktische relevantie en eigenlijk: rendement, winstgevendheid. De academicus (klinisch neuropsycholoog) is niet langer vrij. Hij mag wel onderzoek doen naar pathologie bij patienten, maar het kan niet langer stoelen op het opdoen van kennis opzich. Nu zit de klinisch neuropsycholoog redelijk gebakken, aangezien neuropsychologisch onderzoek al snel richting klinisch/revalidatiepsy neigt. Dit maakt hem echter juist minder vrij (en dus minder academisch), want nu heeft zelfs de kernkennis een nut gekregen.

Ik denk dat het wel degelijk mogelijk is om onderzoek te doen naar pathologie, om die pathologie fundamenteel te begrijpen. Maar dat levert toch automatisch een bodem voor praktische toepassingen op? Bovendien denk ik wél dat die onderzoeker er wel bij vaart als hij individuele consultaties e.d. doet. Het is immers al te verleidelijk om de pathologieën te gaan bekijken als archetypes (die dan komen te bestaan uit de som van gemiddelden), met het gevaar dat de psycholoog in het veld de individuele patiënt dan ook zal interpreteren naar die archetypes.

(steeds meer studenten die vertellen dat ze naar school gaan om les te krijgen van een leraar)

Dat doet inderdaad wel een beetje vreemd. Professoren aanspreken met "professor" levert algauw scheve blikken op...

#8

kombelpeter

    kombelpeter


  • >250 berichten
  • 754 berichten
  • VIP

Geplaatst op 18 september 2008 - 13:33

Met oog op de voorbereiding op de arbeidsmarkt lijkt de 'artes servilis' uitstekend. Menig student verliest de praktische en 'bruikbare' toepassingen van hetgeen dat ze geleerd hebben. Om mensen echt op een wetenschappelijke carrière voor te bereiden, waar ze nog meer buiten de bestaande hokjes moeten durven kijken, heb je er mijns inziens meer aan om die mensen 'academisch' te scholen.

Verder kende ik Pieper nog niet, ik zal eens research gaan verrichten!
Pim Fortuyn: Nederland is dood
Nederland: Pim Fortuyn is dood
I ♥ Apache!

#9

Larss

    Larss


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 18 september 2008 - 21:11

Ik vraag me af hoe je dat zelf ziet: is het mogelijk om aan klinische psychologisch onderzoek te doen dat géén praktische toepassingen kent? Ik denk dat de opsplitsing tussen praktisch nut en directe toepassing duidelijker is: in een opleiding tot psycholoog komt o.a. de fundamentele wetenschap achter psychologische diagnostiek aan bod, in de toegepaste psychologie komt vooral het gebruik van tests om tot diagnostiek over te gaan aan bod.


Ik denk dat de boodschap van het 'academische binnen de universiteit' is dat het BINNEN de universiteit vooral academisch moet zijn, maar dat in de praktijk best ruimte is voor 'nut' (praktische toepassingen) en dat is zeker niet per definitie verkeerd. De opleiding op de universiteit is vooral academisch en de opleiding tot bijvoorbeeld GZ-psycholoog is geen opleidingsmodel, maar een beroepsmodel. Ik moet je daar dan ook gelijk geven.

Veranderd door ypsilon, 18 september 2008 - 21:47
quote-tags gezet






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures