Springen naar inhoud

[scheikunde] Zet de oplossingen op de volgorde van zuurgraad


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Dalenbart

    Dalenbart


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 13 november 2008 - 16:39

ik moet de pH rangschikken van de volgende oplossingen: kaliumhydroxide, salpeterzuur, kaliumnitraat, azijnzuur en kaliumacetaat. het enigste wat ik er verder bij heb gekregen is dat ik van alle oplossingen 0,10M heb.

ik weet dat salpeterzuur een sterk zuur is en azijnzuur een zwak zuur. volgens mij is kaliumhydroxide een sterke base maar dat weet ik niet zeker. verder weet ik dat je dmv het aantal [H+] ionen de pH kan uitrekenen maar ik weet niet hoe je het aantal [H+] ionen kan vinden in de bovengenoemde oplossingen.
wie kan helpen?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

StrangeQuark

    StrangeQuark


  • >1k berichten
  • 4160 berichten
  • VIP

Geplaatst op 13 november 2008 - 16:41

Hoi Dalenbart, allereerst welkom. Ik ga je topic titel een beetje aanpassen, omdat vraag scheikunde ph, een beetje vaag is voor de mensen die je zouden kunnen helpen. Heb je nog verdere informatie gehad? Weet je iets van zuurconstantes?
De tekst in het hierboven geschreven stukje kan fouten bevatten in: argumentatie, grammatica, spelling, stijl, biologische of scheikundige of natuurkundige of wiskundige feiten kennis. Hiervoor bied StrangeQuark bij voorbaat zijn excuses aan.

#3

Dalenbart

    Dalenbart


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 13 november 2008 - 16:45

dankje,

nee ik heb verder niks erover gehad. ik heb met scheikunde net het hoofdstuk over zuur en base reacties gehad en daar hoort deze vraag bij

#4

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 13 november 2008 - 16:47

Nou, Ik denk dat hier een stukje gegeven ontbreekt. Zijn de stoffen al opgelost in water? Zoniet, in hoeveel water lost men ze op?
Lost men ze wel degelijk op in water?

situatie a)
De stoffen zijn (of worden) in water opgelost. Probeer eens de vergelijkingen te geven die aangeven in welke ionen (in welke onderdelen als het ware) die stoffen gaan splitsen in water.
Waar het mis loopt kunnen we gerust helpen

situatie b)
Ze zijn niet opgelost in water of een ander solvent. Kijk eens welke stoffen vloeibaar zijn, aangezien een pH meting in een poederige stof geen resultaat gaat geven.
"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I

#5

StrangeQuark

    StrangeQuark


  • >1k berichten
  • 4160 berichten
  • VIP

Geplaatst op 13 november 2008 - 16:53

Ik neem aan dat ze opgelost zijn in water toch? Je kan in je binas de zuurconstantes opzoeken van de zuren en bases, dit verteld je hoe graag de stof een H erbij wil hebben of kwijt wil raken. Dit verteld je dus hoe sterk de zuren zijn.
De tekst in het hierboven geschreven stukje kan fouten bevatten in: argumentatie, grammatica, spelling, stijl, biologische of scheikundige of natuurkundige of wiskundige feiten kennis. Hiervoor bied StrangeQuark bij voorbaat zijn excuses aan.

#6

Dalenbart

    Dalenbart


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 13 november 2008 - 16:54

ik zal anders ff de hele vraag letterlijk stellen:
Je hebt 0,10M oplossingen van achtereenvolgens kaliumhydroxide, salpeterzuur, kaliumnitraat, azijnzuur en kaliumacetaat. Rangschik de oplossingen naar opklimmende pH.

dit is de hele vraag.

moet ik nu kijken welke van de stoffen goed oplossen in water? en ook kijken of er H+ of OH- ionen inzitten?

#7

StrangeQuark

    StrangeQuark


  • >1k berichten
  • 4160 berichten
  • VIP

Geplaatst op 13 november 2008 - 17:18

Ja theoretisch zou je moeten kijken of de stof helemaal oplost of niet, maar dat zal niet de doel van je vraag zijn, want jullie zijn over zuren aan het leren. Dus we mogen denk ik ervan uit gaan dat de zuren helemaal oplossen.

Een zuur dat opgelost in het water doet het volgende:
HA(aq) + H2O ⇌ H3O+[/sub](aq) + A-(aq)

Met andere woorden, je hebt een stof, die los je op in water. Aan die stof zit zwak gebonden een waterstofje vast, en zodra je die oplost gaat de waterstof aan een ander water molecuul zitten om H3O+ te vormen.

Je moet je dan bedenken wat de molcuulformule is voor elk van die stoffen. Bijvoorbeeld salpeterzuur is HNO3 en omdat het een zeer sterk zuur is valt het volledig uit elkaar (zoals ik hierboven heb verteld). Soms doen zuren dat echter niet helemaal, omdat ze niet sterk genoeg zijn, zoals azijnzuur (CH3-COOH).

Bij een zwak zuur ontstaat er een evenwicht, ofwel er worden ook weer waterstofjes van het water terug gegeven aan het zuur. Je krijgt dan:

HA(aq) <--> H+(aq) + A-(aq)

De zuurconstante verteld je hoe het evenwicht verloopt. In de vorm van concentraties:
4d89813dee5901e2f4a863fdbdb99053.png
Je ziet hier hoe hoger de zuurconstante, hoe meer H3O[sup]+
er wordt gevormd, hoe hoger dat getal is. Dus hoe hoger je constante hoe sterker het zuur.

Je kan van jouw stoffen dus opzoeken wat de molecuulformule is en zien of er een OH groep aanhangt (die dus een H wil hebben) of een los H'tje die dus aan water vast kan zitten. Verder kan je uitzoeken wat de constantes zijn en dat geeft je een volgorde. Je kan ook de stoffen op de wikipedia opzoeken en dan zie je vanzelf welke sterk zijn en welke niet en voor welke je moet oppassen en welke niet.
De tekst in het hierboven geschreven stukje kan fouten bevatten in: argumentatie, grammatica, spelling, stijl, biologische of scheikundige of natuurkundige of wiskundige feiten kennis. Hiervoor bied StrangeQuark bij voorbaat zijn excuses aan.

#8

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 13 november 2008 - 17:22

Ik denk eerlijk gezegd dat het gebruik van een Ka waarde niet eens nodig is.
De oefening draait volgens mij om het zien of een stof waterstof ionen gaat afgeven of opnemen.

Ik zou het zo aanpakken

ok, ze lossen dus op in water.

Eerst moeten we dat begrip pH eens onder handen nemen.
Wat is dat nu net? Wel, dat kleine lettertje 'p' staat voor -log( . Maar scheikundigen zijn over het algemeen mensen die graag zo weinig mogelijk doen, dus we gaan niet iedere keer die -log( schrijven, we gaan een letter p schrijven.

De grote H, staat voor de concentratie van LaTeX ionen.
maw: we zoeken de negatieve tiendelige logaritme, van de concentratie aan LaTeX ionen.

Nu zie je al van mijlen ver aankomen dat het hier uiteraard gaat gaan om het feit: Gaat een stof al dan niet LaTeX ionen afgeven of opnemen.

Allereerst had je Kaliumhydroxide. In formulevorm dus: KOH.
Zoals je zelf al dacht, is dit inderdaad een sterke base. Wat wil die sterke base nu zeggen? Wel, die term is wat verwarrend. Maar het woord 'sterk' in sterke base slaat dus op het feit dat hij volledig gaat opsplitsen in ionen.
Alle KOH moleculen gaan dus opsplitsen in LaTeX en LaTeX ionen.

Wat voor stof is dit ? (zuur, base, zout). Gaat hij LaTeX ionen opnemen of afgeven? Zoja, hoeveel ?

Salpeterzuur, ziet er in formulevorm zo uit: LaTeX
Salpeterzuur is ook een sterk zuur. Opnieuw slaat de sterk erop dat alle moleculen in ionen gaan splitsen. Je krijgt dus een volledige splitsing in LaTeX en LaTeX .

Azijnzuur
ziet er in formuleform zo uit: LaTeX
Azijnzuur is GEEN sterk zuur, het gaat dus niet volledig in ionen opsplitsen, slechts een deel ervan gaat dat doen.

Kan jij de redenering afmaken voor Kaliumnitraat en kaliumacetaat ? (tip: acetaat = azijnzuur -1x H)

Kan je hieruit al afleiden welke stof de meeste LaTeX ionen gaat afgeven, en welke de minste?
Kan je de tussenliggende stoffen al rangschikken ? Indien niet, wil ik je best verder helpen.
Wat voor stof is dit ? (zuur, base, zout). Gaat hij LaTeX ionen opnemen of afgeven? Zoja, hoeveel ?

Veranderd door ToonB, 13 november 2008 - 17:23

"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I

#9

StrangeQuark

    StrangeQuark


  • >1k berichten
  • 4160 berichten
  • VIP

Geplaatst op 13 november 2008 - 17:24

Azijnzuur is GEEN sterk zuur, het gaat dus niet volledig in ionen opsplitsen

Ja maar als je het zo verteld, zeg je het eigenlijk een beetje voor. Ik denk dat het vrij duidelijk is dat een sterk zuur een lagere ph zal hebben dan een zwak zuur. HOE je uitzoekt of het sterk of zwak is, lijkt mij toch de hamvraag zodat hij in het vervolg het makkelijk zelf kan oplossen.
De tekst in het hierboven geschreven stukje kan fouten bevatten in: argumentatie, grammatica, spelling, stijl, biologische of scheikundige of natuurkundige of wiskundige feiten kennis. Hiervoor bied StrangeQuark bij voorbaat zijn excuses aan.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures