Springen naar inhoud

[wiskunde] vergelijkingen toepassen en oplossen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

xxbritt

    xxbritt


  • 0 - 25 berichten
  • 15 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 november 2008 - 13:37

Hallo,

Hier snap ik dus echt helemaal niks van, wie kan mij helpen?

Het hoofdstuk waar het nu over gaat, gaat over vergelijkingen toepassen, en sommen oplossen.

Ik zit nu zo naar de sommen te kijken, maar veel begrijp ik er niet van.
Wie kan/wil het me uitleggen?

2 sommen die ik bijvoorbeeld niet snap.

Als je een getal met 3 vermenigvuldigt en van de uitkomst 45 aftrekt, dan krijg je de helft van het oorspronnkelijke getal.

a: Stel dat getal x. Welke vergelijking kun je opstellen?
b: welk getal is x.

Dit snap ik dus niet als ik het gewoon probeer met zelf een getal in me hoofd te nemen kom ik er ook niet uit. Het antwoord is 18, maar ik snap niet hoe ze aan het antwoord komen, en hoe ze dat uitrekenen... wie snapt dat wel?

en nog zo'n opgave die ik niet begrijp

Rob heeft een getal in gedachten. Als hij dat getal met 3 vermeerdert en de uitkomst verdubbelt, krijgt hij hetzelfde resultaat als wanneer hij het oorspronkelijke getal met 3 vermenigvuldigd en van de uitkomst 7 aftrekt.

a: stel het oorspronkelijke getal x, welke vergelijking kan je opstellen?
b: welk getal is x.

De antwoorden in het antwoordenboekje zijn
a: 2(x+3)=3x-7
b: 13.

Ik snap dus niet hoe ze daar aan komen en hoe ze dat doen.

Zou iemand me het willen uitleggen?


Al vast bedankt

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

StrangeQuark

    StrangeQuark


  • >1k berichten
  • 4160 berichten
  • VIP

Geplaatst op 26 november 2008 - 13:42

Ok allereerst is dit huiswerk en ik verplaats het dus, gelieve daar ook [wiskunde] voor je topic te zetten zodat wiskundige mensen weten dat ze naar jouw topic moeten gaan.

Laten we met je eerste som beginnen.

Als je een getal met 3 vermenigvuldigt en van de uitkomst 45 aftrekt, dan krijg je de helft van het oorspronnkelijke getal.

a: Stel dat getal x. Welke vergelijking kun je opstellen?
b: welk getal is x.

Dus je hebt een getal genaamd x (haal je uit vraag a), die doen we keer drie (3 keer x) en daar trekken we 45 van af (3x-45) en dat IS (denk aan =, die heet niet voor niets de 'is') gelijk aan de helft van het oorspronkelijke getal (dat was x)

Zie je dat?

Dus je weet nu wat er aan de linkerkant van je vergelijking moet staan (iets met die 3 en die 45) en je weet dat dat gelijk is (denk aan =) aan wat anders, namelijk de helft van het getal (0.5x).

Hoe zou je dat dan opschrijven?
De tekst in het hierboven geschreven stukje kan fouten bevatten in: argumentatie, grammatica, spelling, stijl, biologische of scheikundige of natuurkundige of wiskundige feiten kennis. Hiervoor bied StrangeQuark bij voorbaat zijn excuses aan.

#3

xxbritt

    xxbritt


  • 0 - 25 berichten
  • 15 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 november 2008 - 14:03

3x-45=0.5x
-05x -o,5x
2,5x-45

2,5x:2,5= x
45:2,5= 18

x=18

Heb ik het zo goed opgeschreven?

#4

Klintersaas

    Klintersaas


  • >5k berichten
  • 8614 berichten
  • VIP

Geplaatst op 26 november 2008 - 14:18

Bijna.

Bij LaTeX ben je het rechterlid vergeten.

Verder moet je ook de 45 nog naar de andere kant brengen.

Veranderd door Klintersaas, 26 november 2008 - 14:25

Geloof niet alles wat je leest.

Heb jij verstand van PHP? Word Technicus en help mee om Wetenschapsforum nog beter te maken!


#5

xxbritt

    xxbritt


  • 0 - 25 berichten
  • 15 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 november 2008 - 14:22

Dankje wel ik snap het! :D

Zou je me misschien die andere ook willen uitleggen, want die werkt niet op de zelfde manier, ik zit het te proberen, maar kom er bij die ook niet uit.

#6

Klintersaas

    Klintersaas


  • >5k berichten
  • 8614 berichten
  • VIP

Geplaatst op 26 november 2008 - 14:30

Rob heeft een getal in gedachten. Als hij dat getal met 3 vermeerdert en de uitkomst verdubbelt, krijgt hij hetzelfde resultaat als wanneer hij het oorspronkelijke getal met 3 vermenigvuldigd en van de uitkomst 7 aftrekt.

We noemen dat getal opnieuw x.

Rob vermeerdert het getal met 3. Hij telt er dus 3 bij. Dat wordt x + 3.
De uitkomst verdubbelt hij. Hij vermenigvuldigt x + 3 dus met 2. Dat wordt 2(x+3) (denk om de haakjes!).

Het linkerlid van de vergelijking wordt dus 2(x+3).

Rob kan het oorspronkelijke getal, x dus, ook vermenigvuldigen met. Dat wordt dus 3x.
Van de uitkomst trekt hij 7 af. Dat wordt dus 3x-7.

Het rechterlid van de vergelijking wordt dus 3x-7.

Deze twee uitdrukkingen zijn gelijk aan elkaar, dus komt er een gelijkheidsteken tussen:

2(x+3) = 3x-7

Uitwerken kun je zelf.

Geloof niet alles wat je leest.

Heb jij verstand van PHP? Word Technicus en help mee om Wetenschapsforum nog beter te maken!






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures