Springen naar inhoud

[wiskunde] : oefening laplace & dv


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Stef31

    Stef31


  • >250 berichten
  • 609 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 januari 2009 - 17:10

Hallo iedereen

Ik zit met een vergelijking:

1 / s (s + (1/10s)) = 1/s = A/s + B / (1 + 0.1s)

Hoe komt men in de teller en noemer aan die 10?

1/s = A/s + 10B / (1 + 10s)

Met vriendelijke groet
Stephane

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24052 berichten
  • VIP

Geplaatst op 04 januari 2009 - 17:13

1 / s (s + (1/10s)) = 1/s = A/s + B / (1 + 0.1s)

Klopt dit wel...? Wat is precies de vergelijking? Nu staan er twee gelijkheidstekens...
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)

#3

Stef31

    Stef31


  • >250 berichten
  • 609 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 januari 2009 - 17:31

(1 / s) = (1/s) + (1/10s)) =
(1 / s) = (A/s) + B / (1 + 0.1s)

Hoe komt men in de teller en noemer aan die 10?

(1/s) = (A/s) + (10B / (1 + 10s))

Zo moet het zijn TD

#4

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24052 berichten
  • VIP

Geplaatst op 04 januari 2009 - 17:41

Het is mij nog altijd niet duidelijk wat nu het "begin" is en wat er dan "gebeurt".

Zijn die A en B nog onbepaalde coŽfficiŽnten van het breuksplitsen? Dan maakt die factor 10 bij de B nog niets uit... De 1/10 in de noemer is natuurlijk hetzelfde als de 0.1 die er staat...

Als het dit niet is, geef dan eens wat duidelijker (het begin van) de opgave en zeg eens wat de bedoeling is.
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures