Springen naar inhoud

Ijzergehalte bepalen van rood bloedloogzout



  • Log in om te kunnen reageren

#1

Yamal

    Yamal


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 08 maart 2015 - 21:03


Yamal, gefeliciteerd !!
Deze topic is door de gebruikers van Wetenschapsforum genomineerd als

 

rozetroodklein.png HEERLIJK HUISWERKTOPIC

 

Ik ben een student van het VWO. Ik moet voor scheikunde een proef uitvoeren om de ijzergehalte van rood bloedloogzout te bepalen. Dit moet ik middels een titratie doen. De formule van rood bloedloogzout is K3[Fe(CN)6]. Ik weet dat het hier om Fe3+ gaat en dat rood bloedloogzout een rood poeder is. Ik zal het poeder dan moeten oplossen. En nu zijn mijn vragen:
- Wat moet ik gebruiken om te titreren? Ik heb tot nu toe getitreerd met natronloog, kaliumpermanganaat en natriumthiosulfaat.
- Waarin moet ik rood bloedloogzout dan oplossen? En hoeveel moet ik ervan oplossen?

Veranderd door Kravitz, 15 maart 2015 - 17:26


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2530 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 09 maart 2015 - 15:00

.....

 Ik heb tot nu toe getitreerd met natronloog, kaliumpermanganaat en natriumthiosulfaat. ....

Je kunt Fe3+ titreren met één van bovenstaande stoffen. Maar je hebt dan wel een hulpstof nodig. Een hulpstof die als reductor kan reageren met Fe3+ en dan als geconjugeerde oxidator met een van bovenstaande stoffen. Welke hulpstof is dat?

 

Voor oplosbaarheid google je eens op rood bloedloogzout.


#3

Yamal

    Yamal


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 10 maart 2015 - 00:21

 

Voor oplosbaarheid google je eens op rood bloedloogzout.

Ok als ik oplos in water, krijg ik dan: K3[Fe(CN)6](s) → 3K+(aq) + [Fe(CN)6]3-(aq)

 

Je kunt Fe3+ titreren met één van bovenstaande stoffen. Maar je hebt dan wel een hulpstof nodig. Een hulpstof die als reductor kan reageren met Fe3+ en dan als geconjugeerde oxidator met een van bovenstaande stoffen. Welke hulpstof is dat?

Kan ik kaliumjodide (K+(aq) + I-(aq)) als hulpstof gebruiken? Dan krijg ik volgensmij de volgende redoxreactie:

2I→ I+ 2e-

2[Fe(CN)6]3- + 2e→ 2[Fe(CN)6]4

-------------------------------------------

2I2[Fe(CN)6]3- → I+ 2[Fe(CN)6]4

Dan zal ik titreren met natriumthiosulfaat (Na+(aq) + [S2O3]2-(aq)) totdat de oplossing kleurloos wordt. Om de kleurverandering nauwkeurig te kunnen zien, voeg ik zetmeel toe om met jood (I2) de oplossing een donker blauwe kleur te geven. Reactie van de titratie wordt dan:

I+ 2e→ 2I-

2[S2O3]2- → [S4O6]2- + 2e-

------------------------------------------

I+ 2[S2O3]2- → 2I- + [S4O6]2-

 

Uit de redoxreacties kom ik dan aan de verhoudingen:

 

[Fe(CN)6]3- : I2                     I2 : [S2O3]2-                [Fe(CN)6]3- : [S2O3]2-

           2      : 1                1 :     2                                 2      :     2

 

Aan de hand van het aantal getitreerde thiosulfaat kan ik dan erachter komen hoeveel mol [Fe(CN)6]3- ik in de oplossing had.

 

  • Zit er iets verkeerd in mijn werkwijze? Of heb ik misschien iets gemist?
  • Maar hoe moet ik dan de ijzergehalte bepalen? Moet ik dan kijken naar hoeveel ik van dat rood loogbloedzout heb afgewogen? Het probleem is dat ik niet weet hoeveel ik moet afwegen.
  • Kom ik dan echt aan de ijzergehalte? Als ik me niet vergis, is [Fe(CN)6]3- een samengestelde ion waardoor ik Fe3+ niet los kan krijgen.

#4

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2530 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 10 maart 2015 - 11:36

Dit klopt allemaal. Alleen is het niet gebruikelijk om het thiosulfaat-ion tussen haken te schrijven. Maar dit terzijde.

 

Aan de hand van het aantal getitreerde thiosulfaat kan ik dan erachter komen hoeveel mol [Fe(CN)6]3- ik in de oplossing had.

 

 

Je bepaalt door te titreren met thiosulfaat hoeveel mol elektronen er door de Fe3+-ionen (wel of niet complex gebonden aan CN- ) zijn opgenomen.  

Aangenomen dat er geen andere oxidatoren aanwezig zijn, bepaal je dus het Fe3+-gehalte.

 

 

  • Maar hoe moet ik dan de ijzergehalte bepalen? Moet ik dan kijken naar hoeveel ik van dat rood loogbloedzout heb afgewogen? Het probleem is dat ik niet weet hoeveel ik moet afwegen.

 

Ga ervan uit dat je 20 à 25 ml thio 0,1 M titreert, je weet de reactieverhouding, en bereken dan met hoeveel mg rood bloedloogzout dit overeenkomt.

 


#5

Yamal

    Yamal


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 maart 2015 - 02:32

 

Ga ervan uit dat je 20 à 25 ml thio 0,1 M titreert, je weet de reactieverhouding, en bereken dan met hoeveel mg rood bloedloogzout dit overeenkomt.

Ok stel dat ik 20 ml 0.05 M S2O32- heb getitreerd ⇒ 20 ml * 0.05 mmol/ml = 1 mmol S2O32-

S2O32- [Fe(CN)6]3- ⇒ 2 : 2 ⇒ 1 mmol : 1 mmol

 

[Fe(CN)6]3- K3[Fe(CN)6⇒ 1 : 1 ⇒ 1 mmol : 1 mmol

Molmassa K3[Fe(CN)6≈ 330 mg/mmol

1 mmol K3[Fe(CN)6] = 1 mmol * 330 mg/mmol = 330 mg K3[Fe(CN)6]

 

Moet ik dus 330 mg K3[Fe(CN)6] afwegen?

Wat zal dan mijn ijzergehalte zijn?

 

Wordt 't misschien zo gedaan:

 

Stel dat ik 0.33 g K3[Fe(CN)6] oplos in 10 ml water en daarin ga titreren.

Dan zit er in de oplossing 1 mmol [Fe(CN)6]3-, want het gaat nog steeds om dezelfde situatie als mijn voorbeeld (Stel 20 ml 0.05 M thio titreren etc.)

Molmassa [Fe(CN)6]3- ≈ 56 + 6 ( 12 + 14 ) = 212 mg/mmol

1 mmol [Fe(CN)6]3- = 1 mmol * 212 mg/mmol = 212 mg

Ik had 330 mg afgewogen

Gehalte = 212/330 * 100 % ≈ 64.24 %

 

Of moet ik alleen de molmassa van ijzer nemen, omdat ik de ijzergehalte moet bepalen.

Molmassa Fe ≈ 56 mg/mmol

1 mmol Fe = 1 mmol * 56 mg/mmol = 56 mg

Gehalte = 56/330 * 100 % ≈ 16.97 %


#6

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2530 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 12 maart 2015 - 17:03

Moet ik dus 330 mg K3[Fe(CN)6] afwegen?

Ja, je kunt ongeveer, maar wel nauwkeurig, 0,33 g afwegen. Vuistregel is massa +/- 10%.

 

Wat zal dan mijn ijzergehalte zijn?

 

1 mmol [Fe(CN)6]3- = 1 mmol * 212 mg/mmol = 212 mg

Ik had 330 mg afgewogen

Gehalte = 212/330 * 100 % ≈ 64.24 %

Nee, je bepaalt hier het gehalte Fe3+ en niet het gehalte [Fe(CN)6]3-. Andere ijzer(III)zouten die mogelijk als verontreining aanwezig zijn kunnen immers ook worden getitreerd.

Wat zal dan mijn ijzergehalte zijn?

 

Of moet ik alleen de molmassa van ijzer nemen, omdat ik de ijzergehalte moet bepalen.

Molmassa Fe ≈ 56 mg/mmol

1 mmol Fe = 1 mmol * 56 mg/mmol = 56 mg

Gehalte = 56/330 * 100 % ≈ 16.97 %

Het gaat zoals gezegd om het gehalte Fe3+ en niet om het totaal ijzer gehalte. Eventueel aanwezige ijzer(II)zouten worden immers niet getitreerd.

Maar de opzet voor de berekening is juist.


#7

Yamal

    Yamal


  • 0 - 25 berichten
  • 4 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 13 maart 2015 - 00:06

Ik ben u heel erg dankbaar voor de reacties. Hopelijk zal alles goed gaan tijdens mijn practicum test en dat ik een voldoende krijg. Nogmaals bedankt!  :)  :)  :)


#8

Margriet

    Margriet


  • >1k berichten
  • 2530 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 13 maart 2015 - 21:00

Graag gedaan en veel succes gewenst met het practicum.







Also tagged with one or more of these keywords: scheikunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures