Springen naar inhoud

Fysica; lichtbreking in het oog



  • Log in om te kunnen reageren

#1

J_ana

    J_ana


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 16 december 2017 - 16:35

In mijn cursus Fysica staat dat de weg die licht aflegt in het oog verloopt in 4 verschillende brekingsoppervlakken. De eerste gebeurt in het hoornvlies met brekingsterkte 46Dioptrie. De tweede gebeurt aan het oppervlak van het hoornvlies en de cornea waterkamer met sterkte -5 D. Nu snap ik niet goed waarom de sterkte hier negatief is. In mijn cursus staat dat dit met tegengestelde zin gebeurd. Ik heb erbij geschreven dat het zich van een optisch dicht medium naar een optisch ijl medium verloopt, dus weg van de normaal. Maar dit verklaart de negatieve sterkte niet. Iets wat de negatieve sterkte wel kan verklaren is dat het een divergerend oppervlak is. Maar dan snap ik niet waarom het een tegengestelde zin heeft.

Kan iemand me helpen die negatieve sterkte te verklaren?

Alvast bedankt!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 46910 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 16 december 2017 - 21:36

Ik weet niet wat ik moet begrijpen onder jouw opmerking 

Maar dan snap ik niet waarom het een tegengestelde zin heeft.

 

Wàt heeft een tegengestelde zin, en wat is in deze context überhaupt de betekenis van een tegengestelde zin?

(ik ben niet helemaal mee met het Vlaamse gebruik van "zin" in de fysicaboeken, in ieder geval niet in deze context, dus als je dat nader kunt verklaren, graag, dat praat wat makkelijker) 

 

op wikipedia lees ik:

 

The optical component is concerned with producing a reduced inverted image on the retina. The eye's optical system consists of not only two but four surfaces—two on the cornea, two on the lens. Rays are refracted toward the midline. Distant rays, due to their parallel nature, converge to a point on the retina. The cornea admits light at the greatest angle. The aqueous and vitreous humors both have a refractive index of 1.336-1.339, whereas the cornea has a refractive index of 1.376. Because the change in refractive index between cornea and aqueous humor is relatively small compared to the change at the air–cornea interface, it has a negligible refractive effect, typically -6 dioptres.[9] The cornea is considered to be a positive meniscus lens.[18]

 

 

Positive meniscus lens:

positive meniscus lens.JPG

 

kijken we alleen naar de achterzijde van de cornea dan zien we een hol lensoppervlak, wat, samen met de overgang naar een optisch "ijler" medium, voor divergerende lichtstralen zorgt :

pos menis.png

en die overgang heeft dan kennelijk een virtueel brandpunt van circa -16 cm, (sterkte -6 dpt) of volgens jouw literatuur ca -20 cm. (sterkte -5 dpt)

 

Zou er in de voorste oogkamer geen vloeistof maar lucht zitten, dan zou die sterkte waarschijnlijk in de buurt van de -42 / -45 zitten, tikje minder sterk dan de voorkant door die een tikje geringere bolling

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

jkien

    jkien


  • >1k berichten
  • 3534 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 17 december 2017 - 01:54

Ter aanvulling: het gaat daar in je cursusboek waarschijnlijk over het idee dat de effectieve sterkte van het lenzenstelsel van je oog een eenvoudige optelsom is, omdat de 4 grensvlakken dicht bij elkaar staan:  Seff = S1 + S2 + S3 + S4  (waarbij 1 cornea voorkant, +46D;  2 cornea achterkant; -5D, 3 ooglens voorkant;  4 ooglens achterkant). 

De bijdragen S1, S3 en S4 zijn positief, maar bijdrage S2 is negatief, zoals hierboven uitgelegd door Jan.







Also tagged with one or more of these keywords: natuurkunde

0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures