Springen naar inhoud

Nmr: Scalaire koppeling


  • Log in om te kunnen reageren

#1

katrien van den boss

    katrien van den boss


  • >250 berichten
  • 252 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 18 mei 2018 - 12:08

Beste,

 

Kan iemand mij uitleggen waarom de bovenste figuur zorgt een relatieve stijging van parallele paring van de kersnpins in geval van oneven aantal bindingen? 
En waarom dat je bij de onderste figuur een relatieve daling hebt van Energie in a a  en b b aangezien je normaal toch een toename verwacht aangezien dit een parallel koppeling is.

 

Alsmede in mijn cursus staat bij deze figuur:

Bij een covalente binding tussen A enX de paring van de respectieve kernspons via de bindingselektronen een energieverandering met zich zal meebrengen waarbij E parallel > E antiparallel?

 

Kan iemand mij dit uitleggen?

 

Alvast bedankt!

 

 

Bijgevoegde miniaturen

  • Foto op 18-05-18 om 13.08 #2.jpg

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 9373 berichten
  • VIP

Geplaatst op 18 mei 2018 - 14:49

Het gaat hier niet direct om de paring van de spins van beide kernen, maar om de paring van deze spins met die van de elektronen van de tussenliggende covalente binding. Een covalente binding wordt gevormd door een elektronenpaar, dus 2 elektronen met tegengestelde spin. Voor deze verklaring is het overigens wel nodig als je je voorstelt dat 1 van de elektronen uit het paar bij het ene atoom zit, en de andere bij het andere. In dat geval heeft de ene kern een elektron met spin omhoog "bij" zich, en de andere een met spin omlaag. Door dit effect is het relatief gunstiger als 1 kernspin de andere kant op wijst dan de andere, en het is relatief minder gunstig als ze beide dezelfde kant op wijzen, omdat er dan dus altijd eentje tegen de spin van "zijn" elektron in staat. 

 

Dat is wat er in de eerste paragraaf bedoeld wordt met "als gevolg van de kern/elektron spinparing van de tussenliggende covalente binding"

Cetero censeo Senseo non esse bibendum


#3

katrien van den boss

    katrien van den boss


  • >250 berichten
  • 252 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 18 mei 2018 - 15:41

Oké,

 

Maar als we het dan hebben over ABX en de regel van hund in dit geval, gaat deze dan op voor de kernspons (tov elkaar?) Want het lijkt mij logischer als deze zou opgaan voor de elektronen?? maar dan is in onderstaande voorbeeld nog niet verduidelijkt waarom alfa alfa en beta beta een lagere energie hebben

 

alvast bedankt voor mijn vorige vraag te beantwoorden

Bijgevoegde miniaturen

  • Schermafbeelding 2018-05-18 om 16.38.40.png

#4

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 9373 berichten
  • VIP

Geplaatst op 19 mei 2018 - 13:58

Ik begrijp je vraag en het plaatje niet goed. Met "onderstaand voorbeeld" bedoel je de situatie met 2 covalente bindingen ertussen? Dus 2J koppeling?

Dat volgt dezelfde redenering als voor 1J koppeling, met ook de kanttekening dat je er dan vanuit moet gaan dat uit elk elektronenpaar 1 van de elektronen bij het ene atoom zit en de andere bij de andere. 

Cetero censeo Senseo non esse bibendum






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures