Springen naar inhoud

[Scheikunde] PH berekeningen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Cerise

    Cerise


  • >25 berichten
  • 41 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 23 oktober 2006 - 22:26

(problemen met labo biochemie, alweer inderdaad)


Als voorbeeldoefening stond de volgende in onze praktijkcursus:

Wat is de pH van een 0,10 . 10-8 M HCl-oplossing?

pH = -log Co = -log 0,10 . 10-8 = 9
FOUT!!!

De dissociatie van HCl kan enkel aanleiding geven tot een zure oplossing:
HCl <-----> H+ + Cl-
We moeten echter ook rekening houden met:
H2O <-----> H+ + OH-

Per liter oplossing is er dus 10-7 mol H+ afkomstig van de partiële dissociatie van H2O en 0,10 . 10-8 = 0,01 . 10-7 mol H+ afkomsitg van de volledige dissociatie van HCl. De totale H+ concentratie is dus 1,01 . 10-7 = 7

Bijgevolg is de pH = - log 1,01 . 10-7 = 7


Net ervoor stond een voorbeeld waarbij men de pH berekende van 0,01 M zwavelzuur (wat net zoals HCl een sterk zuur is).
Toch moet er hier geen rekening gehouden worden met de partiële dissociatie van H2O.
Dit heeft dus niet te maken met of het al dan niet een sterk zuur is.
Waarmee dan wel? Of moet men telkens de 'normale' pH-fomule invullen en indien men een abnormale waarde verkrijgt, ook rekening houden met de partiële dissociatie van water?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 46335 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 23 oktober 2006 - 22:45

let op de kleurtjes van de cijfertjes, waar komen de diverse samenstellende onderdelen terecht in de som:.

Tel de [H+] in water als gevolg van de partiële dissociatie eens op bij de [H+] als gevolg van 0,01 M zwavelzuur?

[H+]= 0,0000001 mol/L + 0,02 mol/L = 0,0200001 mol/L


maar in het geval van je HCL is dat toch anders, want
[H+]= 0,0000001 mol/L + 0,000000001 mol/L = 0,000000101 mol/L

Ik weet overigens niet genoeg van de materie om te kunnen voorspellen hoe dat dissociatie-evenwicht van water zich gaat gedragen onder dit soort omstandigheden.

Maar ik meen dat het gezond-verstand-antwoord op je vraag hieronder staat:
A difference that makes no difference is no difference.... :)
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

Cerise

    Cerise


  • >25 berichten
  • 41 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 17:40

Bedankt voor je respons, Jan! Nu ik dit weet, sta ik al ietsje verder. Toch is er nog wat verwarring bij volgende oefeningen:


Bereken de pH van:

a) 2,00 M HNO3
HNO3 is een sterk zuur en dissocieert volledig: HNO3 -----> H+ + NO3-
pH = -log(2,00) = -0,301 (fout uiteraard, een negatieve pH waarde lijkt niet echt correct!)
Toch moet er geen rekening gehouden worden met de partiële dissociatie van water (dat maakt net zoals in Jans voorbeelbeeld over zwavelzuur, helemaal geen verschil). Waar ligt dan de fout?

b) 50 ml 5,00 . 10-2 M boterzuur (Ka=1,5 . 10-5 M)
(Mijn allereerste opmerking is de eenheid "M" bij de Ka-waarden, voor zover ik weet, plaatsten we er nooit een eenheid naast, en vermits deze praktijkcursus al meerde malen onder de studenten de spot is geweest van zowel inhouds- als schrijffouten, zou het wel eens kunnen dat hier ook een fout is ingeslopen. Kent iemand de juiste eenheid van Ka/Kb?)
algemene formule van boterzuur: C3H7COOH
5,00 . 10-2 M = 5,00 . 10-2 g/mol
(en dan een waarschijnlijk eenvoudige omzetting die ik weer niet inzie)
ik rekende het als volgt uit, maar het lijkt niet de juiste methode (wat bijgevolg ook een zeer twijfelachtige uitkomst geeft):
per 1 L ----> 5,00 . 10-2 M
per 50 ml = 0,050 L -----> 0,0025 M
(als deze uitkomst fout is, is natuurlijk de rest van oefening ook niet correct, maar misschien mijn redenering wel nog...)
vermits Ka < of = is aan 10-4 hebben we hier te maken met een zwak zuur
=> partiële dissociatie:
C3H7COOH + H2O <------> C3H7COO- + H3O+
vóór de reactie: 0,0025 M C3H7COOH; 0 M C3H7COO-; 0 M H3O+
na de reactie: (0,0025 – x) M C3H7COOH; x M C3H7COO-; x M H3O+
Ka = 1,5 . 10-5 M = ([H3O+] . [C3H7COO-]) / [C3H7COOH] = x²/(0,0025 – x)
veronderstel dat x << 0,0025
=> 1,5 . 10-5 = x²/0,0025 => x² = 3,75 . 10-8 => x = 1,9 .10-4 M
controle x << 0,0025: veronderstelling fout, want maar 1 rang kleiner, aldus is 0,0025 niet verwaarloosbaar!
=> x² + 1,5 . 10-5 x – 3,75 .10-8 = 0
=> x = -4,0 . 10-4 (fout want geen negatieve concentratie) of x = 3,7 .10-4 M
x = [H3O+]
=> pH = - log x = -log (3,7 . 10-4) = 3,43

c) 100 ml 2,00 . 10-4 M NaOH
(ik maakte weer gebruik van diezelfde “elleboog-methode” voor de omzetting):
per 1 L ----> 2,00 . 10-4 M
per 100 ml = 0,100 L -----> 2,00 . 10-5 M
NaOH is een sterke base => dissocieert volledig: NaOH ----> Na+ + OH-
pOH = - log [2,00 . 10-5] = 4,7
pH = 14 – pOH = 9,3

d) een glas suikerwater (6,00 g glucose in een kwartliter)
structuurformule glucose: C6H12O6
concentratie aan glucose?
c= n/V
n = m/MM = 6,00 g / (180,174 g/mol) = 0,0333 mol
c = 0,0333 mol / 0,25 L = 0,133 mol/L
wat doet glucose in water? H+ ionen of OH- ionen afgeven?
de reactievergelijking die ik opgesteld had, leek me nogal raar:
C6H12O6 + H2O <-------> C6H13O6+ + OH-


(tot hier al de eerste vier delen a-b-c-d van deze oefening, de rest volgt nog…)

#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 46335 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 18:48

Bereken de pH van:

a) 2,00 M HNO3
HNO3 is een sterk zuur en dissocieert volledig: HNO3 -----> H+ + NO3-
pH = -log(2,00) = -0,301 (fout uiteraard, een negatieve pH waarde lijkt niet echt correct!)  

En waarom dan wel niet?? Een 1 M oplossing van een eenwaardig sterk zuur heeft wel degelijk een pH van 0. Een 10 M oplossing wel degelijk pH -1. Dat is gewoon een kwestie van netjes volgens de definities berekenen.

b) 50 ml 5,00 . 10-2 M boterzuur (Ka=1,5 . 10-5 M)
algemene formule van boterzuur: C3H7COOH
5,00 . 10-2 M = 5,00 . 10-2 g/mol  

Hier ga je écht fout. M staat voor molair, wat staat voor mol per liter, en niet voor gram per mol.....

(en dan een waarschijnlijk eenvoudige omzetting die ik weer niet inzie)
ik rekende het als volgt uit, maar het lijkt niet de juiste methode (wat bijgevolg ook een zeer twijfelachtige uitkomst geeft):
per 1 L ----> 5,00 . 10-2 M
per 50 ml = 0,050 L -----> 0,0025 M en dit slaat dus ook nergens op, want de concentratie (mol/L, M) blijft gelijk, ongeacht of je er een liter, een milliliter of een zee vol van neemt. Je vermenigvuldigt mol/L met L en houdt dus mol over, niet Molair)

(als deze uitkomst fout is, is natuurlijk de rest van oefening ook niet correct, maar misschien mijn redenering wel nog...mijn kennis hiervan is nét iets te ver weggezakt om hier een verstandig oordeel over te geven. Mag een ander doen.)

c) 100 ml 2,00 . 10-4 M NaOH
(ik maakte weer gebruik van diezelfde “elleboog-methode” voor de omzetting):
per 1 L ----> 2,00 . 10-4 M
per 100 ml = 0,100 L -----> 2,00 . 10-5 M (zie boven)
 
d) een glas suikerwater (6,00 g glucose in een kwartliter)
structuurformule glucose: C6H12O6
concentratie aan glucose?
c= n/V
n = m/MM = 6,00 g / (180,174 g/mol) = 0,0333 mol
c = 0,0333 mol / 0,25 L = 0,133 mol/L Die is weer wél goed
wat doet glucose in water? H+ ionen of OH- ionen afgeven?
de reactievergelijking die ik opgesteld had, leek me nogal raar:
C6H12O6 + H2O <-------> C6H13O6+ + OH- Waarom moet glucose überhaupt zoiets doen volgens jou??


(tot hier al de eerste vier delen a-b-c-d van deze oefening, de rest volgt nog…) (WARNING: SYSTEM OVERLOAD :) )

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

Cerise

    Cerise


  • >25 berichten
  • 41 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 19:11

(zoals aangekondigd: het vervolg...)


e) 2,60 . 10-3 M KNO3
KNO3 is een zout
KNO3 ------> K+ + NO3-
vermits NO3- afkomstig is van een sterk zuur (HNO3), wordt ook KNO3 behandeld als een sterk zuur. (correcte redenering???)
=> pH = -log(2,60 .10-3 M) = 2,59


f) 5,00 . 10-3 M ethylamine (Kb = 5,6 . 10-4 M)
structuurformule ethylamine: C2H5NH2
Kb > of = 10-4 M => reageert als een sterke base (correcte redenering???)
pOH = -log (5,00 . 10-3 M) = 2,30
pH = 14 – pOH = 11,70


g) 0,102 g Mg(OH)2 in 15 ml 0,600 M HCL
concentratie Mg(OH)2?
C = n/V
n = m/MM = 0,102 g / (58,318 g/mol) = 0,0017 mol
C = 0,0017 mol / 0,015 L = 0,1133 mol / L
per 1 L ----> 0,600 M
per 15 ml = 0,015 L -----> 0,009 M
hoe verloopt de reactie verder en hoe werk je er dan verder mee???
Mg(OH)2 + HCL ---> Mg(OH)2H+ + CL- (????)

h) een oplossing van 10 massa% zwavelzuur (s.m. : 1,07 g/L)
wat wordt er bedoeld met 10 massa% ?
waarvoor staat s.m. ???


Enja, een welgemeende zucht.
Ondertussen ga ik weer aan de slag met het eerste deel van de oefeningen, alvast bedankt voor de tips, Jan!

S.O.S:
Is er iemand aanwezig op dit forum die een duidelijke uiteenzetting kan doen over PH berekeningen zonder zomaar te verwijzen naar een formuleblad? Op "universitair niveau" (en ik vermoed ook op "hoge school - niveau") mag er niet meer gebruik gemaakt worden van de aangeleerde formules, maar dienen we de PH-oefeningen op te lossen aan de hand van evenwichtsreacties, wat bij vele studenten voor moeilijkheden zorgt. Enerzijds is het fijn te weten dat je niet de enige bent, maar dit lost het probleem uiteraard niet op. Wanneer niemand van de hele groep het helemaal begrijpt, is dat uiteraard frustrerend. Bijgevolg dus deze smeekbede.
(Aan de mede-studenten en -studentinnen die ook reeds enkele dagen met die pH-oefeningen van het practicum biochemie worstelen: Sorry, vandaag staat mijn GSM af, de nachtrust voor de wetenschap! Ik zal en moet die pH-oefeningen opgelost krijgen tegen morgen! Pas dan zal ik in staat zijn er uitleg over te geven. Bij deze ook mijn excuses voor de ruwe verwijzing naar dit forum.)

#6

Cycloon

    Cycloon


  • >1k berichten
  • 4810 berichten
  • VIP

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 19:42

Over e en f wil ik geen uitspraken doen, je berekening kloppen maar of de redenering juist is daar kan ik niks 100% zeker over zeggen, met de andere kan ik je wel op wat fouten wijzen:

g) 0,102 g Mg(OH)2 in 15 ml 0,600 M HCL
concentratie Mg(OH)2?
C = n/V
n = m/MM = 0,102 g / (58,318 g/mol) = 0,0017 mol
C = 0,0017 mol / 0,015 L = 0,1133 mol / L
per 1 L ----> 0,600 M
per 15 ml = 0,015 L -----> 0,009 M
hoe verloopt de reactie verder en hoe werk je er dan verder mee???
Mg(OH)2 + HCL ---> Mg(OH)2H+ + CL- (????)


Je eerste stukje berekening gaat goed, maar dan!

per 1 L ----> 0,600 M

Je zegt hier dus dat per 1 L 0,600 Mol/l opgelost zit? M staat voor concentratie, dit wil natuurlijk zeggen dat er 0,6 MOL in 1 liter oplossing zit.

per 15 ml = 0,015 L -----> 0,009 M (wat je hier schrijft klopt natuurlijk ook niet, in een oplossing blijft de concentratie hetzelfde, of je nu 15ml neemt, of 1l, het blijft altijd 0,6M, dit even terzijde)

Natuurlijk moet dit het volgende zijn:

1l -> 0,6 mol
0,015l -> 0,009 mol

Notaties zijn hier wel belangrijk om te beseffen waar je met bezig bent (je gaat rap lopen verwarren met verkeerde eenheden hoor)

Mg(OH)2 + HCL ---> MgCL(OH) + H2O (dit wordt het denk ik, maar schiet me niet dood als het niet zo is)

h) een oplossing van 10 massa% zwavelzuur (s.m. : 1,07 g/L)
wat wordt er bedoeld met 10 massa% ?
waarvoor staat s.m. ???


10 massa% betekent dat 10% van de totale massa zwavelzuur is. Dus op 1l water zit 100g zwavelzuur en 900g water. Wat men bedoelt met die s.m. is mij ook een raadsel hoor...

#7

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 46335 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 19:49

(zoals aangekondigd: het vervolg...)


e) 2,60 . 10-3 M KNO3
KNO3 is een zout  
KNO3 ------> K+ + NO3-
vermits NO3- afkomstig is van een sterk zuur (HNO3), wordt ook KNO3 behandeld als een sterk zuur. (correcte redenering???nou nee, zo werkt het niet gelukkig. Nitraat is een hoofdbestanddeel van de meeste kunstmeststoffen. Ik werk er wekelijks mee. Zonder bijzondere persoonlijke beschermingsmiddelen. Het gaat wel degelijk om de [H+] dus je zult achter een pKa waarde van KNO3 aan moeten)
=> pH = -log(2,60 .10-3 M) = 2,59 nope


f) 5,00 . 10-3 M ethylamine (Kb = 5,6 . 10-4 M)
structuurformule ethylamine: C2H5NH2
Kb > of = 10-4 M  => reageert als een sterke base (correcte redenering geen idee, moet ik aan een ander overlaten ???)
pOH = -log (5,00 . 10-3 M) = 2,30
pH = 14 – pOH = 11,70


g) 0,102 g Mg(OH)2 in 15 ml 0,600 M HCL
concentratie Mg(OH)2?
C = n/V
n = m/MM = 0,102 g / (58,318 g/mol) = 0,0017 mol
C = 0,0017 mol / 0,015 L = 0,1133 mol / L
per 1 L ----> 0,600 M
per 15 ml = 0,015 L -----> 0,009 M (???? je hebt 0,6 M HCl en 0,1133 M (goed uitgerekend) Mg(OH)2. Als o,1133 M Mg(OH)2 oplost, levert dat 0,2266 M OH>sup>-. Dat reageert met de H3O+ geleverd door HCl  tot gewoon water, blijft er een oplossing over met een [H+] van 0,6 -0,2266 = 0,3734 M


h) een oplossing van 10 massa% zwavelzuur (s.m. : 1,07 g/L)
wat wordt er bedoeld met 10 massa% ? gram/liter
waarvoor staat s.m. ??? soortelijke massa van de oplossing


Enja, een welgemeende zucht.
Ondertussen ga ik weer aan de slag met het eerste deel van de oefeningen, alvast bedankt voor de tips, Jan!

S.O.S:
Is er iemand aanwezig op dit forum die een duidelijke uiteenzetting kan doen over PH berekeningen zonder zomaar te verwijzen naar een formuleblad? We nemen het mee als idee voor een microcursus, maar dat lukt vanavond niet meer om dat af te krijgen... :) Op "universitair niveau" (en ik vermoed ook op "hoge school - niveau") mag er niet meer gebruik gemaakt worden van de aangeleerde formules, maar dienen we de pH-oefeningen op te lossen aan de hand van evenwichtsreacties (waarbij je volgens mij nog steeds via formules en de pKa uit een tabellenboek naar een [H+] toe moet, of wat zie ik hier niet??), wat bij vele studenten voor moeilijkheden zorgt. Enerzijds is het fijn te weten dat je niet de enige bent, maar dit lost het probleem uiteraard niet op. Wanneer niemand van de hele groep het helemaal begrijpt, is dat uiteraard frustrerend. Bijgevolg dus deze smeekbede.
(Aan de mede-studenten en -studentinnen die ook reeds enkele dagen met die pH-oefeningen van het practicum biochemie worstelen: Sorry, vandaag staat mijn GSM af, de nachtrust voor de wetenschap! Ik zal en moet die pH-oefeningen opgelost krijgen tegen morgen! Pas dan zal ik in staat zijn er uitleg over te geven. Bij deze ook mijn excuses voor de ruwe verwijzing naar dit forum.)

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#8

Cerise

    Cerise


  • >25 berichten
  • 41 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 19:55

oefening a) was dus toch correct, dat is al eentje van de 8...


voor b) 50 ml 5,00 . 10-2 M boterzuur (Ka = 1,5 . 10-5 M):
algemene formule van boterzuur: C3H7COOH
5,00 . 10-2 M = 5,00 . 10-2 mol/L
aantal mol H+ beschikbaar: 0,050 L . 0,05 M = 0,0025 mol
(hoe gebruik ik dit gegeven verder in de oefening???)
(als ik zonder dit gegeven verderwerk - maar ik ben ervan overtuigd dat ik hier ergens van gebruik moet maken, ik zie alleen niet echt in hoe juist, bekom ik het volgende:)
vermits Ka < of = is aan 10-4 hebben we hier te maken met een zwak zuur
=> partiële dissociatie:
C3H7COOH + H2O <------> C3H7COO- + H3O+
vóór de reactie: 0,05 M C3H7COOH; 0 M C3H7COO-; 0 M H3O+
na de reactie: (0,05 – x) M C3H7COOH; x M C3H7COO-; x M H3O+
Ka = 1,5 . 10-5 M = ([H3O+] . [C3H7COO-])/[C3H7COOH] = x²/(0,05 – x)
veronderstel dat x << 0,05
=> 1,5 . 10-5 = x²/0,05 => x² = 7,5 . 10-7 => x = 8,66 . 10-4 M
(controle x << 0,05 OK!)
x = [H3O+]
=> pH = - log x = -log (8,66 . 10-4) = 3,06


Iemand een suggestie over hoe die 0,0025 mol te betrekken in de berekeningen?

#9

Cycloon

    Cycloon


  • >1k berichten
  • 4810 berichten
  • VIP

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 20:02

Voor die b:
vóór de reactie: 0,05 M C3H7COOH; 0 M C3H7COO-; 0 M H3O+

Je hebt 0,05m boterzuur, dat klopt, maar met een concentratie kan je hier niet rekenen! Je moet namelijk weten hoeveel mol je hebt. En dat had je daarboven al uitgerekent (0.0025 mol). Ga nu met dat getal verder. Je kan die x dan gaan uitrekenen en daar je ph van berekenen, en dat is je antwoord :)

#10

*_gast_reussue_*

  • Gast

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 20:07

Heb je misschien ook de juiste antwoorden bij deze opgaven. Ik zal een poging doen voor (b). Het is al een tijdje geleden voor mij, dus ik kan niet garanderen dat het foutloos is. Ik gebruik overigens H+ ipv H3O+, dat scheelt weer wat typewerk.

We willen de pH van 50 ml 5,00 . 10-2 M boterzuur (Ka=1,5 . 10^-5) weten. (ik dacht dat een zuurconstante geen eenheid had).

Verder is de pH onafhankelijk van het volume dacht ik. Het gaat immers om concentraties, niet om absolute hoeveelheden.

De reactie is:

LaTeX


Hierbij hoort de evenwichtsvoorwaarde:

LaTeX

We stellen [H+] = x.

We kunnen dan de volgende vergelijking bij opstellen:

LaTeX

Hieruit volgt de pH als volgt:

LaTeX

Zo ver ik weet hoeven we geen rekening te houden met de dissociatie van water, dit is immers een ander evenwicht.

Ik hoop dat je deze uitwerking begrijpt en dit je verder helpt met de rest. Zo niet waar liggen de problemen dan?

#11

Cycloon

    Cycloon


  • >1k berichten
  • 4810 berichten
  • VIP

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 20:11

Ok ja nu zie ik dat je dit dus ook direct met een concentratie kan bereken (je moet het dus niet eerst omzetten naar mol zoals ik zei). Nja kheb ook weer wat bijgeleerd :)

#12

*_gast_reussue_*

  • Gast

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 20:13

Ok ja nu zie ik dat je dit dus ook direct met een concentratie kan bereken (je moet het dus niet eerst omzetten naar mol zoals ik zei). Nja kheb ook weer wat bijgeleerd :)


Ook logisch eigenlijk, stel je hebt 2 oplossingen van hetzelfde zuur, maar andere hoeveelheden. Stel deze oplossing heeft pH x.

Nu gooi je de oplossingen bij elkaar, kan de pH dan opeens veranderen? Maw, stel we nemen slechts een klein deel van de gegevens oplossing, zouden we dan tot een andere pH komen? Ik denk van niet.

#13

Cerise

    Cerise


  • >25 berichten
  • 41 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 20:27

b) 50 ml 5,00 . 10-2 M boterzuur (Ka=1,5 . 10-5 M)
algemene formule van boterzuur: C3H7COOH
5,00 . 10-2 M = 5,00 . 10-2 mol/L
aantal mol H+ beschikbaar: 0,050 L . 0,05 M = 0,0025 mol
vermits Ka < of = is aan 10-4 hebben we hier te maken met een zwak zuur
=> partiële dissociatie:
C3H7COOH + H2O <------> C3H7COO- + H3O+
vóór de reactie: 0,0025 mol C3H7COOH; 0 mol C3H7COO-; 0 mol H3O+
na de reactie: (0,0025 – x) mol C3H7COOH; x mol C3H7COO-; x mol H3O+
(voor het vervolg zit ik toch nog met een onduidelijkheid: mag men hier zomaar rekenen met 1,5 . 10-55 mol? dit komt van Ka = 1,5 . 10-5 mol/L!!!)
1,5 . 10-5 mol = ([H3O+] . [C3H7COO-])/[C3H7COOH] = x²/(0,0025 – x)
veronderstel dat x << 0,0025
=> 1,5 . 10-5 = x²/0,0025 => x² = 3,75 . 10-8 => x = 1,93 . 10-4 mol
(controle x << 0,0025 ! slechts 1 rang verschil---> niet te verwaarlozen!)
x² + 1,5 . 10-5 x – 3,75 . 10-8 = 0
x = 3,73 . 10-4 mol
3,73 . 10-4 mol / 0,050 L = 0,00745 M
[H3O+] = 0,00745 M
=> pH = - log x = -log (0,00745 M) = 2,13

#14

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 46335 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 20:33

Ik zit mijn oude kennis op te halen, maar wat is er mis om simpelweg te zeggen:

LaTeX

???

daar is heel die Ka toch voor uitgevonden??

oh ja, en de eenheid van Ka is mol/L: dat volgt vanzelf uit de eenhedenvergelijking die Ka definieert als het (product van de concentratie zuurrest (A-) en concentratie H+) gedeeld door de (concentratie zuur (AH))

LaTeX
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#15

Cerise

    Cerise


  • >25 berichten
  • 41 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 oktober 2006 - 20:41

De pH onafhankelijk van het volume...
Maar dan zeker niet van de concentratie, en vermits de concentratie in verband staat met het volume.. (C = n/V)
:) ik zie het niet meer vrees ik...
op een of andere manier moet het toch een invloed hebben, anders zou het niet zo expliciet als gegeven genoteerd staan...

neen, controle-oplossing van deze oefeningen heb ik helaas niet en zal ik waarschijnlijk nooit in handen krijgen.
ze dienen als bijlage bij een labo-verslag dat telkens ingediend moet worden.

@ Jan: Ik besef evengoed dat die minicursus vanavond niet meer kan, maar niettegenstaande wil toch nog enkele oefeningen van het labo correct kunnen indienen. Die minicursus over pH-berekeningen is wel een prachtidee. Het zou alvast een hulp zijn voor vele studenten! (In mijn faculteit, maken de pH-oefeningen voor het vak chemie 1/4 van het examen uit, dat is dus wel al wat.)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures